Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6: › Paragraaf 6.3

Artikel 6.3.4.

Het verzorgen van de (brood)maaltijd

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2017

Met de wijziging van de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (WLZ) en de Wmo 2015 alle drie per 1 januari 2015 zijn gewijzigd, was het de vraag of de 3 wetten goed op elkaar aansluiten. In de uitvoeringspraktijk is inmiddels gebleken dat dit niet altijd het geval is voor wat betreft het verzorgen van de (brood)maaltijd. Het verzorgen van de (brood)maaltijd werd in het verleden verzorgd door degene die persoonlijke verzorging bood aan een cliënt. Denk hierbij aan hulp bij douchen, medicijnen klaarzetten en steunkousen aantrekken. Met de wetswijzigingen valt het verzorgen van de broodmaaltijd alleen onder de zorgverzekeringswet als mensen door hun ziekte niet in staat zijn zelf de maaltijd klaar te maken, dan wel zelfstandig op te eten. De afbakening die de verzekeraar maakt tussen mensen met een ziekte, die behoefte hebben aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop, sluit aan bij het onderscheid dat is gemaakt tussen PV in de Zvw en PV in de Wmo (de 5%). Dit betekent in de praktijk dat er een groep is waar het verzorgen van de (brood)maaltijd nu tussen de Zvw en de Wmo “hangt”. Afbakening van de groep waar het om gaat Het gaat om mensen die door beperking (tijdelijk) hun maaltijd niet kunnen bereiden en (nog) geen medische indicatie heeft. Wat betreft de wetgeving zijn er drie groepen mensen te onderscheiden: De mensen met persoonlijke verzorging en een medische indicatie dat zij hun maaltijden niet meer zelf kunnen bereiden (en soms ook eten). Voor deze groep valt de maaltijdverzorging onder de zorgverzekeringswet. De mensen met persoonlijke verzorging zonder medische indicatie voor maaltijdverzorging. De persoonlijke verzorging is dan ingezet voor andere handelingen zoals douchen of medicijnen geven. De mensen met alleen huishoudelijke hulp, die al dan niet tijdelijk, hun maaltijd niet kunnen bereiden. Voor de eerste groep is het duidelijk dat de maaltijdvoorziening onder Zwv valt, de derde groep valt onder de Wmo en voor de 2e groep bleek er na 1 januari 2015 een afbakeningsprobleem te zijn. Het leidend principe dat met de aanbieders is afgesproken is dat de cliënt zo min mogelijk last mag hebben van de bovengenoemde knip en dat betekent dat het aantal mensen dat over de vloer komt zo minimaal mogelijk moet worden gehouden. Vaak is de verzorgende die de persoonlijke verzorging levert is degene die vaak langskomt en daarom is het wenselijk om deze persoon ook de broodmaaltijd te laten verzorgen. Het alternatief is dat de gemeente de maaltijdverzorging op zich neemt voor deze cliënten. Het gevolg is dan dat er een aanvullende indicatie moet worden gesteld door het wijkteam en dat er 2 mensen na elkaar bij iemand over de vloer komen. Dat is niet wenselijk. Met profiel 7 kan een aanbieder de personen die onder groep 2 vallen bedienen. De derde groep, de mensen die geen persoonlijke verzorging hebben, vallen ook onder de Wmo.

Rechtspraak bij dit artikel