ln de externe analyse komen alle externe ontwikkelingen aan de orde die direct invloed hebben op het gemeentelijk proces openbare verlichting, zoals wijzigingen in de Wet- en Regelgeving en technische en maatschappelijke ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen zijn niet door ons te beïnvloeden.
Met de wijziging van het Burgerlijk Wetboek in 1984 en het uitbrengen van de Aanbevelingen voor Openbare Verlichting door de NSvV in 1990, kwamen er richtlijnen voor de Openbare Verlichting. Met de eenwording van Europa, kwamen ook de Europese Normen en Praktijkrichtlijnen in beeld, waardoor de minimale voorzieningen in de openbare verlichting stringenter vast kwamen te liggen.
Door de lange technische levensduur van de lichtmasten (40 jaar) en armaturen (20 jaar), voldoet een deel van de openbare verlichting in de gemeente Alkmaar nog niet aan de huidige richtlijnen, omdat zij geplaatst zijn vóór de totstandkoming van de richtlijnen voor openbare verlichting in 1990. De verwachting is dat wetten en regels, met de eenwording van Europa, binnen afzienbare tijd zullen uniformeren tot een standaard binnen Europa (EU). Wij hebben dan de plicht om de verlichting, binnen een acceptabele termijn, te laten voldoen aan de geldende regels, om de aansprakelijkheid draagbaar te houden. Dat hiervoor investeringen nodig zijn, naast de herinvesteringen van technische veroudering, is onvermijdelijk.
Door internationale milieuverdragen, zoals Kyoto (1997) en Bali (United Nations Climate Change Conference 2007) en technische ontwikkelingen als gevolg van deze verdragen zal niet alleen het bereiken van het einde van de technische levensduur maatgevend zijn voor vervanging van onderdelen van de openbare verlichting. Vroegtijdige vervanging is maatschappelijk verantwoord indien:
De reductie van exploitatiekosten (energie- en onderhoudskosten) de investering binnen de levensduur van het nieuwe product terugverdient,
er op korte termijn geen nieuwe ontwikkelingen op dit vlak te verwachten zijn;
en de investering de duurzaamheid van de installatie vergroot en/of voldoet aan de maatschappelijke behoefte.
Naast technische ontwikkelingen op het gebied van lichtbronnen (lampen), armaturen en elektronische voorschakelapparatuur (met eventueel dimmogelijkheden) is ook telemanagement in opkomst. Dit betreft op afstand aanstuurbare statische of dynamische openbare verlichting (verlichting op maat), met monitoring van parameters op afstand. Het te behalen voordeel zit in de reductie van de exploitatiekosten (onderhoud en energiekosten) waardoor de meerinvestering van de installatie zich op termijn terugverdient. Deze termijn is afhankelijk van de projectomvang en toegepaste lampvermogens en zal per project moeten worden onderzocht.
ln de huidige situatie worden de schakeltijden voor de OVL centraal geregeld (landelijk) vanuit een hoofdstation van de netbeheerder. Het tijdstip van schakelen wordt bepaald door een meting van aanwezig daglicht in combinatie met een astronomische klok. Afhankelijk van de weersomstandigheden en het seizoen zal de verlichting worden geschakeld. De netbeheerder heeft aangegeven dit signaal op termijn niet meer te leveren in verband met de ontrafeling van het energiebedrijf.
Door strengere milieueisen zijn duurzame en recyclebare materialen en duurzame conserveringen ook voor de openbare verlichting geïntroduceerd, waardoor de duurzaamheid van de installatie aanzienlijk wordt vergroot. De grote onzekerheid bij investeringen naar de toekomst zijn de technische ontwikkeling (LED) en de ontwikkeling van de energieprijzen en de kostenequivalent, ter compensatie van de uitstoot van CO2 en overige milieubelastende stoffen. De verwachting is echter dat deze kosten de komende jaren zullen toenemen, maar niemand kan voorspellen tot welke hoogte.
We mogen echter de economische en maatschappelijke haalbaarheid van investeringen niet uit het oog verliezen, ter bescherming van de continuïteit van de OVL. De burger heeft immers niets aan een duurzame investering als de kosten daarvoor niet meer zijn op te brengen.
Doordat wij eigenaar zijn van de lichtpunten en de aanleg, exploitatie en beheer zelf ter hand nemen, zijn wij als gemeente lnstallatieverantwoordelijke volgens de Bedrijfsinstructie Elektrische lnstallaties (BEl, gebaseerd op de Europese norm NEN-EN50110). De aansprakelijkheid berust nu bij het Sectorhoofd Stadsbeheer, maar deze verantwoordelijkheid is vanuit deze functie niet te overzien.
Hierdoor dient deze verantwoordelijkheid op een juiste manier verdeeld te worden over alle bij de openbare verlichting betrokken partijen.
Fig. 4.1 hiërarchie van verantwoordelijkheid
De vakbekwame personen en de werkverantwoordelijke zijn bekend. De aanwijzingen zullen echter nog moeten worden geregeld. Voor het uitzetten van de bovengenoemde verantwoordelijkheden is in de komende jaren een inspanning nodig van de gemeente, zowel in de organisatie als in de OVL installaties. De hoogte van de kosten voor de organisatie zijn redelijk in te schatten; opleiding van betrokken personen, schrijven en het controleren op naleving van procedures zal met structureel ca. 0,3 fte tot stand kunnen komen en in stand gehouden kunnen worden. Door herschikking van taken kan dit binnen de huidige formatie worden ingevuld.
Voor de OVL installaties wordt gebruik gemaakt van twee verschillende aansluitingen. Het grootste deel is aangesloten op het eigen net, dit zijn elektrisch veilige installaties. De aansluitingen op het combikabelnet van Alliander zijn aangesloten op de kabel waarop ook woningen zijn aangesloten en voldoen niet aan al onze veiligheideisen. ln overleg met Aliander zullen er maatregelen getroffen moeten worden voor het veilig maken van de elektrische installaties.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2
Externe analyse
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Alkmaar houdende Beleidsplan Openbare Verlichting 2017 - 2020