De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 56 en 57 wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
30% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.5
Artikel 58.