Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de wet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende:
1 maand bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdeel b, f en g, van de wet;
1 maand bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdeel a, c, d, e en h, van de wet.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.5
Artikel 59.