Dit artikel geeft beperkingen aan, die betrekking hebben op het toekennen van een voorziening. Dit artikel geeft aan wanneer er al dan niet een voorziening wordt toegekend.
Langdurig noodzakelijk
Ingevolge onderdeel a dienen de voorzieningen langdurig noodzakelijk te zijn om belemmeringen op het gebied van het voeren van een huishouden, het normale gebruik van de woning, het zich in en om de woning verplaatsen en het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden, op te heffen. Langdurig noodzakelijk wil zeggen dat betrokkene voor langere tijd aangewezen moet zijn op een desbetreffende voorziening. Voor langere tijd betekent in ieder geval dat wie tijdelijk ondersteuning nodig heeft, bijvoorbeeld door een ongeval, terwijl objectief is vastgesteld dat de beperkingen of problemen van voorbijgaande aard zijn, niet voor een voorziening in het kader van deze verordening in aanmerking komt. Voor deze groep aanvragers is het AWBZ-pakket (bv. uitleen van rolstoelen tot zes maanden), dat aangeboden wordt door de Kruisvereniging, de aangewezen voorziening. Waar precies de grens ligt tussen kortdurend en langdurig zal van situatie tot situatie verschillen. In dit kader zal de prognose van groot belang zijn. Luidt de prognose dat betrokkene na enige tijd zonder de benodigde hulpmiddelen of aanpassingen zal kunnen functioneren, dan mag men van kortdurende noodzaak uitgaan. Bij een wisselend beeld, waarbij verbetering in de toestand periodes van terugval opvolgen, kan echter uitgegaan worden van een langdurige noodzaak. Uitzondering is de hulp bij het huishouden die in sommige gevallen voor korte duur kan worden geïndiceerd, bijvoorbeeld na een ziekenhuisopname én het kortdurende gebruik van het collectief vervoer.
Individueel gericht
Met uitzondering van collectief vervoer moet een voorziening in overwegende mate op het individu gericht zijn. Hiermee worden aanvragen om gemeenschappelijke voorzieningen uitgesloten, hoewel voorzieningen die naast een individueel ook een gezamenlijk karakter kunnen hebben, wel passen in het kader van deze verordening. Op dit moment is het collectief vervoer het voorbeeld voor een collectieve voorziening die individueel gericht is. De bedoeling van de Wmo is om meer van dit soort voorzieningen te ontwikkelen. Het gaat hier steeds om collectieve voorzieningen die op basis van een individuele aanvraag worden toegekend door de gemeente. De verordening richt zich niet op welzijnsvoorzieningen die weliswaar ook collectief kunnen zijn en ook op het individu gericht kunnen zijn, maar die niet tot stand komen op basis van een individuele aanvraag waarop de gemeente besluit. Deze voorzieningen worden in deze verordening als voorliggende voorzieningen aangemerkt waarop iemand in eerste instantie een beroep moet doen.
Goedkoopst adequaat
Voorzieningen die in het kader van deze verordening worden verstrekt dienen naar objectieve maatstaven gemeten zowel adequaat als de meest goedkoopste voorziening te zijn. Met nadruk wordt hierbij gesteld dat met het begrip adequaat bedoeld wordt: volgens objectieve maatstaven nog toereikend. Hoewel datgene wat de aanvrager als adequaat beschouwt mee zal moeten wegen in de beoordeling van het adequaat zijn van de voorziening, zal ook het kostencriterium een rol spelen bij de uiteindelijke beoordeling van het al dan niet adequaat zijn van een voorziening. Voor wat betreft het kwaliteitsniveau wordt bij een verantwoord niveau aangesloten, maar ook niet meer dan dat. Eigenschappen die kostenverhogend werken zonder dat zij de voorziening meer adequaat maken, zullen in principe niet voor vergoeding in aanmerking komen. Het verstrekken van een voorziening, die duurder is dan de meest adequaat goedkoopste voorziening, is niet onmogelijk mits de aanvrager bereid is het prijsverschil voor eigen rekening te houden. Het begrip goedkoopst adequate zal vooral betekenis hebben als het gaat om pakketten van voorzieningen waaruit een keuze gemaakt kan worden.
Onvoldoende collectieve voorziening
Een aantal voorzieningen wordt als ‘voorliggend’ beschouwd. Dat wil zeggen dat wanneer een goede oplossing wordt geboden door het gebruik van deze voorzieningen, deze optie voorgaat boven een aanspraak op een Wmo voorziening. Hierbij word een onderscheid gemaakt naar wettelijke en algemeen gebruikelijke voorzieningen.
Tot de algemeen gebruikelijke voorzieningen behoren (niet limitatieve lijst):
kinderopvang
voor- en naschoolse opvang
oppascentrale
maaltijddienst
alarmering
hondenuitlaatservice
boodschappendienst
HOOFDSTUK 1
Artikel 1.
2. lid 1.
Onderdeel van Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Ridderkerk 2009