In eerste instantie wordt (ook) een aanvrager geacht gebruik te maken van OV. Mocht dit onmogelijk zijn, dan staat een aanvullende collectieve voorziening open. Slechts als aantoonbare beperkingen of problemen door ziekte en gebrek ook het gebruik van een dergelijk systeem niet mogelijk maken worden aanvullende voorzieningen getroffen.
In het tweede lid wordt aangegeven dat van een op het individu gerichte voorziening, in plaats van of aanvullend op een collectieve vervoersvoorziening, slechts dan sprake kan zijn, als door omstandigheden die met de persoon te maken hebben het collectief vervoer de belemmeringen niet (voldoende) kan opheffen. In het Besluit worden hiervoor nadere regels gesteld.
Als de vervoersbehoefte zodanig is, dat hierin door collectief vervoer slechts voor een beperkt deel voorzien kan worden, kan daarnaast een andere voorziening worden verstrekt. Daarbij gaat het voornamelijk om een voorziening (hulpmiddel) voor vervoer over de korte afstand.
HOOFDSTUK 6.
Artikel 6.3
Primaat collectief vervoer
Onderdeel van Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Ridderkerk 2009