Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6.

Artikel 6.2.

Het recht op een vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Ridderkerk 2009

Lid 1 van artikel 6.2 geeft aan dat een aanvrager voor een vervoersvoorziening in aanmerking kan worden gebracht wanneer aantoonbare beperkingen of problemen als gevolg van ziekte, gebrek of zwaarwegende psychosociale omstandigheden het gebruik van het openbaar vervoer of het bereiken van dit openbaar vervoer deels onmogelijk maken. Deze formulering wordt doorgetrokken ten aanzien van de indicatie voor niet-collectieve voorzieningen. Door deze formulering is bepaald dat louter de aantoonbare beperkingen of problemen van de ondersteuningvrager in relatie tot de beperkingen van de bestaande vervoersystemens bepalend zijn voor de vraag of, de aanvrager in aanmerking komt voor een voorziening. Doordat het OV, bijvoorbeeld, voor iemand met een functionele beperking niet toegankelijk is, heeft men recht op een vervoersvoorziening. Psychische problemen (men durft niet in een drukke bus, men is bang voor de trein) zijn daardoor in principe geen indicatie voor een vervoersvoorziening. Hier moet een adequate voorziening getroffen worden, wat wellicht beter gevonden kan worden in een therapie waardoor de blokkade opgeheven kan worden. Is in zo'n situatie de problematiek op te lossen, dan is de problematiek tijdelijk en wordt tijdelijk een voorziening verstrekt behalve als dat een belemmerende factor zou zijn binnen de therapie. Als de problematiek niet met therapie op te lossen is, kan een voorziening verstrekt worden. Voorts moet sprake zijn van het zelfstandig onderhouden van sociale contacten. Jonge kinderen hebben in dit opzicht een lagere vervoersbehoefte; de tegemoetkoming wordt hierop afgestemd. Dit is in het Besluit geregeld. Hetzelfde geldt voor aanvragers, die in een inrichting zijn opgenomen. Als de vervoersbehoeften van een echtpaar (deels) samenvallen, wordt het pgb daarop afgestemd. Een 'zelfstandige vervoersbehoefte' impliceert overigens niet, dat de aanvrager zich zelfstandig moet kunnen verplaatsen. Een aantal zal immers aangewezen zijn op begeleiding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel