Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I:

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Landschap Waterland

1.. Voor zover wettelijke regels zich daartegen niet verzetten kan het algemeen bestuur bij verordening de uitoefening van bepaald aangewezen bestuursbevoegdheden aan uitvoeringsorganen mandateren. 2.. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het vaststellen van een verordening, door strafbepalingen of bestuursdwang te handhaven, dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de raden van elk der deelnemende gemeenten en provinciale staten, Het dagelijks bestuur zendt het ontwerp van die verordening aan de deelnemers. Alle deelnemers zenden binnen drie maanden na ontvangst van het ontwerp van die verordening schriftelijk bericht aan het algemeen bestuur. 3.. Indien de raad van een gemeente, op het grondgebied waarvan de verordening betrekking heeft, schriftelijk heeft bericht, dat naar zijn mening geheel of ten dele niet dient te gelden voor bepaald aangewezen gebieden van deze gemeente, worden deze gebieden uitgesloten van de werkingssfeer van de betreffende bepalingen van de verordening. Deze uitsluiting geldt slechts indien: een gemeentelijke verordening voorziet in hetzelfde onderwerp, en door de raad van deze gemeente voorzien is in een mandaatregeling met betrekking tot de voor het beheer en toezicht noodzakelijke bevoegdheden ten behoeve van het uitvoeringsorgaan dat door het landschap is belast met het beheer over het gebied. 4.. In de door het algemeen bestuur vast te stellen verordening als bedoeld in lid 2 wordt een eventuele uitsluiting als bedoeld in het derde lid, vermeld met verwijzing naar de voor deze gebieden geldende gemeentelijke verordening.

Rechtspraak bij dit artikel