Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II: › Paragraaf 1

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Landschap Waterland

1.. Het algemeen bestuur bestaat uit 13 leden, te weten: een vertegenwoordiger, aan te wijzen door provinciale staten, uit hun midden, de leden van gedeputeerde staten inbegrepen; twee vertegenwoordigers van stadsdeel Amsterdam-Noord, aan te wijzen door de raad van het stadsdeel, uit zijn midden, de leden van het dagelijks bestuur inbegrepen; één vertegenwoordiger van elke aan de regeling deelnemende gemeente - met uitzondering van stadsdeel Amsterdam-Noord - aan te wijzen door de raad van die gemeente, uit zijn midden, de leden van het college van burgemeester en wethouders inbegrepen. 2.. De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een periode van vier jaar. Zolang de leden lid zijn van provinciale staten, gedeputeerde staten, dagelijkse bestuur van het stadsdeel, college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraden behouden zij het lidmaatschap van het algemeen bestuur tot hun opvolgers zijn benoemd. 3.. De aanwijzing van de gemeentelijke vertegenwoordigers in het algemeen bestuur vindt plaats in de eerste vergadering van de gemeenteraden of stadsdeelraad in nieuwe samenstelling na gehouden gemeenteraadsverkiezingen of stadsdeelraadverkiezingen. 4.. De aanwijzing van de provinciale vertegenwoordigers in het algemeen bestuur vindt plaats in de eerste vergadering van provinciale staten in nieuwe samenstelling na gehouden statenverkiezingen. 5.. De gemeentelijke respectievelijk provinciale vertegenwoordigers in het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de leden van de gemeenteraden of stadsdeelraad respectievelijk de leden van provinciale staten aftreden. 6.. Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het algemeen bestuur is aangewezen treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats het is benoemd zou hebben moeten aftreden. 7.. Het aanwijzen van leden ter vervulling van plaatsen die door ontslag, overlijden of om een andere reden openvallen, vindt plaats binnen acht weken na dat openvallen. 8.. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van het landschap aangesteld of daaraan ondergeschikt. 9.. De in lid 1 van dit artikel genoemde aanwijzende organen kunnen desgewenst voor elk lid van het algemeen bestuur tevens een plaatsvervanger aanwijzen. Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing op een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur. 10.. De leden, bedoeld in lid 1, hebben geen stemrecht in aangelegenheden, waarop ingevolge artikel 3, vierde-lid, de deelname van het openbaar lichaam dat zij vertegenwoordigen geen betrekking heeft .. 11.. De leden, bedoeld in lid 1, hebben evenmin stem bij voorzieningen of onderdelen van de exploitatie, als bedoeld in de in artikel 27, eerste lid bedoelde bijlage onder c, waarbij het openbaar lichaam dat zij vertegenwoordigen niet is betrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel