Voor de toepassing van deze verordening worden de volgende begrippen
gehanteerd:
de Wet : de Wet op de kansspelen;
speelautomatenbesluit : Koninklijk Besluit van 23 mei 2000,
staatsblad 223;
speelautomaat : een toestel, ingericht voor de beoefening van een
spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld
mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat
kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen
of premie, daaronder begrepen het recht om gratis verder te
spelen;
behendigheidsautomaat : een speelautomaat waarvan het spelresultaat
uitsluitend kan leiden tot een verlengde spelduur of het recht op
gratis spelen en het proces, ook nadat het in werking is gesteld,
door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel
van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe
geboden middelen afhangt of en in welke mate de spelduur wordt
verlengd of het recht op gratis spelen verkregen wordt;
kansspelautomaat : een speelautomaat, die geen behendigheidsautomaat
is;
hoogdrempelige inrichting : een inrichting, waar een bedrijf of
werkzaamheid wordt uitgeoefend als bedoeld in artikel 3, eerste lid,
onder a of c, van de Drank- en Horecawet;
waarvoor ingevolge die wet vergunning is verleend en deze
nog van kracht is, en;
waar het café- of restaurantbezoek op zichzelf staat en waar
geen andere activiteiten plaatsvinden waaraan een
zelfstandige betekenis kan worden toegekend, en;
waarvan de activiteiten in belangrijke mate zijn gericht op
personen van 18 jaar en ouder;
laagdrempelige inrichting : een inrichting die geen hoogdrempelige
inrichting is, en waarvoor ingevolge artikel 3, eerste lid, onder a
of c, van de Drank- en Horecawet vergunning is verleend en deze nog
van kracht is of waarvan de ondernemer inschrijfplichtig en
ingeschreven is bij het bedrijfschap Horeca.