Aan een vergunning voor het aanwezig hebben van speelautomaten in
inrichtingen zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a of c, van de
Drank- en Horecawet, worden de volgende bepalingen verbonden:
in hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal drie speelautomaten
toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten;
in laagdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan, met
dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn
toegestaan.