Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 18

Artikel 99

: Nevenfuncties en andere privé-activiteiten

Onderdeel van Organisatiebesluit 2015

1.. De medewerker is zich ervan bewust dat activiteiten die hij/zij naast het werk verricht het functioneren van de gemeente op een of andere manier kunnen raken. Voorbeelden van nevenactiviteiten zijn bestuursfuncties, commissariaten, vrijwilligerswerk, een eigen bedrijfje en vennoot- of aandeelhouderschap. 2.. De medewerker meldt een (voorgenomen) nevenactiviteit bij de leidinggevende als de activiteit raakvlakken heeft met zijn/haar functie-uitoefening. Een raakvlak is in elk geval aanwezig als hij/zij activiteiten verricht voor een organisatie, instantie of bedrijf die op een of andere manier banden heeft met de gemeente. 3.. De medewerker meldt activiteiten die (kunnen) leiden tot een botsing of onverenigbaarheid met gemeentelijke belangen waar hij/zij in de functie mee te maken heeft. 4.. De medewerker meldt een nevenactiviteit ook als deze het risico op schade met zich mee kan brengen voor de organisatie, bijvoorbeeld als de productiviteit eronder lijdt of als sprake is van ethisch of politiek omstreden privéactiviteiten van ambtenaren. 5.. De medewerker realiseert zich dat ook het oordeel van de buitenwereld van belang is. Als de nevenactiviteit de schijn van belangenverstrengeling wekt, is dit schadelijk voor het vertrouwen in de overheid. Ook financiële belangen in de privé-sfeer (bijvoorbeeld het hebben van aandelen) kunnen een onafhankelijke besluitvorming in de weg staan of de schijn daarvan hebben. Heeft de medewerker in zijn/haar functie een relatie met een bedrijf waar hij/zij persoonlijk een financieel belang in heeft, dan vermijd hij/zij risico’s en bespreekt dit met de leidinggevende.

Rechtspraak bij dit artikel