**1..** Een persoon met beperkingen kan voor een voorziening als genoemd in
artikel 4.1 onderdeel a in aanmerking worden gebracht indien hij als
gevolg van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek,
inclusief chronisch psychische en psychosociale problemen,
beperkingen ondervindt bij het voeren van een huishouden en/of het
normale gebruik van de woning.
**2..** Een persoon met beperkingen kan voor een voorziening als genoemd in
artikel 4.1 onderdeel b en c in aanmerking worden gebracht
indien:
hij als gevolg van aantoonbare beperkingen op grond van
ziekte of gebrek, inclusief chronisch psychische en
psychosociale problemen, beperkingen ondervindt bij het
voeren van een huishouden en/of het normale gebruik van de
woning; en
de voorziening als genoemd in artikel 4.1 onderdeel a niet
mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening
is.
**3..** Een persoon met beperkingen kan voor een voorziening als genoemd in
artikel 4.1 onderdeel g in aanmerking worden gebracht indien:
sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen op
grond van ziekte of gebrek, inclusief chronisch psychische
of psychosociale problemen, aanwezige gedragsstoornis met
ernstig ontremd gedrag en waarbij alleen het zich kunnen
afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon
tot rust kan komen; en
de voorziening als genoemd in artikel 4.1 onderdeel a. niet
mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening
is.
**4..** Het college kan in het Besluit bepalen in welke situaties het
primaat van verhuizing als bedoeld in lid 2 en 3 niet wordt
toegepast.