Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.4.

Geen toekenning van een woonvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Diemen 2009

Een woonvoorziening wordt niet toegekend als genoemd in artikel 4.1: voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolg van ziekte of gebrek geen aanleiding bestaat/bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig is/was; de persoon met beperkingen niet verhuist/is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college; de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak; de persoon met beperkingen verhuist/verhuisd is vanuit of naar een woning die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden of naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg; indien er geen rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen de ondervonden beperkingen en één of meer bouwkundige of woontechnische kenmerken van de door de persoon met beperkingen bewoonde woning; indien de beperkingen niet in de woning zelf (waartoe ook de toegankelijkheid van de woning moet worden begrepen) worden ondervonden. i. indien de woning ook na aanpassingen niet langdurig geschikt is voor de bewoner(s). De tekst van dit artikel geldt per 28-4-2011 (zie Wijzigingsverordening en wijzingsbesluit maatschappelijke ondersteuning 24-2-2011).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel