**1..** Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving
op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.
**2..** Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden
waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:
een motorvoertuig/brommobiel te parkeren indien de
parkeerapparatuur niet in werking is gesteld of niet
onmiddellijk na aanvang van het parkeren in werking wordt
gesteld;
een motorvoertuig/brommobiel geparkeerd te houden indien de
parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
verstreken.
**3..** Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet:
wanneer aan de eigenaar of houder van het
motorvoertuig/brommobiel een vergunning is verleend voor het
parkeren op de betreffende categorie
parkeerapparatuurplaatsen, het motorvoertuig/brommobiel
duidelijk zichtbaar is voorzien van een vergunning achter de
voorruit van het motorvoertuig/brommobiel en niet gehandeld
wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden
voorschriften;
voor plaatsen die zijn bedoeld voor het parkeren van
autobussen en die als zodanig zijn aangeduid;
indien er door een voertuig langer dan 6 meter wordt
geparkeerd op een plaats waar dit volgens artikel 5:8, lid
2, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergen
is toegestaan;
indien eigenaar of houder van het motorvoertuig/brommobiel
met behulp van een mobiele telefoon of vergelijkbare middel
aan de belastingsverplichting voldoet;
voor autodateplaatsen indien de eigenaar of houder van het
motorvoertuig de parkeerplaats feitelijk gebruikt ten
behoeve van autodate;
voor elektrische oplaadpunten indien het motorvoertuig een
elektrisch voertuig betreft en de eigenaar of houder hiervan
de parkeerplaats gebruikt ten behoeve van het opladen.
**4..** Het in het tweede lid gestelde verbod geldt voorts niet:
in zone A: voor de eigenaar of houder van een
motorvoertuig/brommobiel die in het bezit is van een geldige
en leesbare gehandicaptenparkeerkaart (GPK) en deze op een
zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig heeft
aangebracht en tevens het motorvoertuig/brommobiel
overeenkomstig het Besluit Parkeerschijf van 15 december
1997 (Staatscourant 245/1997) heeft voorzien van een
duidelijk zichtbare parkeerschijf, waarop het tijdstip staat
aangegeven waarop met parkeren is begonnen en waarbij de
toegestane parkeerduur van maximaal 11/2 uur niet
is verstreken;
in de overige zones: voor de eigenaar of houder van een
motorvoertuig/brommobiel die in het bezit is van een geldige
en leesbare gehandicaptenparkeerkaart (GPK) en deze op een
zichtbare plaats achter de voorruit van het
motorvoertuig/brommobiel heeft aangebracht.
**5..** Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing op
parkeerapparatuur-plaatsen waar op grond van de geldende Verordening
Parkeerbelastingen naheffingsaanslagen worden opgelegd wegens het
niet betalen van het verschuldigde parkeergeld.
**6..** Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede
lid van dit artikel.