Bor Bijlage II art 4 onderdeel 1
Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen:
niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf,
de oppervlakte niet meer dan 150 m2
In voorerfgebied:
Op tenminste 1 m achter de rechte lijn in het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw:
oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het in de aanhef bedoelde gebied maximaal 30 m2,
voor zover op maximaal 4 m afstand van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan:
5 m,
0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, en
het hoofdgebouw,
voor zover op meer dan 4 m afstand van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan:
indien hoger dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3, en
functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het betreft huisvesting in verband met mantelzorg, en
op meer dan 1 m afstand van openbaar gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.
Uitbouw aan voorgevel van op de grond staande woning:
breedte maximaal 60 % van voorgevelbreedte (exclusief eventuele overkapping),
maximaal 1,5 m voor voorgevel,
bouwhoogte niet hoger dan 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw,
afstand tot openbaar toegankelijk gebied minimaal 2 m, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn, en
afstand tot aangebouwde naastgelegen woning minimaal 0,5 m, of een kleinere afstand indien er een schriftelijk akkoord is van de betreffende buren.
Overkapping aan voorgevel:
niet hoger dan 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, en
oppervlakte maximaal 3 m2;
indien boven openbaar gebied: minimaal vrije hoogte 2,5 m.
In achtererfgebied, met dien verstande:
bij op de grond staande woning voor zover op een afstand van maximaal 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw en bouwhoogte niet hoger dan 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de derde bouwlaag van het hoofdgebouw,
bij hoofdgebouw , niet zijnde een woning, bouwhoogte max 7 m, en
op meer dan 1 m afstand van openbaar gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.
Hoofdstuk 3
Artikel 1