10.1 De aanwijzing, als bedoeld in de artikelen 8 en 9, geschiedt zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen dertien (13) weken na installatie van een nieuwe raad of nieuwe staten, althans, voorzover niet binnen negen (9) weken na de installatie een nieuw college van burgemeester en wethouders of een nieuw college van gedeputeerde staten is gevormd, binnen zes (6) weken nadat dat alsnog is gebeurd. Aftredende leden kunnen opnieuw worden benoemd.
10.2 De leden worden aangewezen voor een periode, gelijk aan de zittingsduur van de raad of de staten door wie zij aangewezen zijn.
Paragraaf
Artikel 10