Naar hoofdinhoud
31.1 Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks vóór 15 april de door een registeraccountant gecontroleerde rekening over het afgelopen boekjaar aan de raden en staten aan. De raden en staten kunnen hun gevoelens en bezwaren tegen de jaarrekening vóór 15 juni kenbaar aan het algemeen bestuur, met een afschrift aan het dagelijks bestuur. 31.2 Het algemeen bestuur beslist zo spoedig mogelijk na 15 juni maar in elk geval vóór 1 juli, kennis genomen hebbende van de in artikel 31.1 bedoelde gevoelens en bezwaren, en stelt de jaarrekening vast, waarna de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli aan de Minister van Binnenlandse Zaken wordt toegestuurd. 31.3 Het bepaalde in de artikelen 30 en 31 is van toepassing voorzover en totdat daarvan krachtens wettelijk voorschrift van afgeweken zou moeten worden. Indien dat het geval is zal zoveel mogelijk worden aangesloten bij de wettelijke voorschriften.

Rechtspraak bij dit artikel