Naar hoofdinhoud
Bij een procedure in het kader van het vaststellen van een bestemmingsplan en bij toepassing van een procedure als bedoeld in artikel 3.6 (wijziging of uitwerking) van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3o van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zullen burgemeester en wethouders het bestemmingsplan of het bouwplan toetsen aan de Wet geluidhinder en het hogere waardenbeleid. In de Wet geluidhinder wordt bij de bescherming tegen geluid uitgegaan van het beschermen van gebouwen (woningen en andere geluidgevoelige gebouwen) én geluidgevoelige terreinen. De limitatieve lijst geluidgevoelige gebouwen bestaat uit: woningen onderwijsgebouwen kinderdagverblijven. ziekenhuizen en verpleeghuizen verzorgingstehuizen psychiatrische inrichtingen De geluidgevoelige terreinen: woonwagenstandplaatsen ligplaatsen voor woonschepen. De hierboven genoemde gebouwen en terreinen worden in het bestemmingsplan weergegeven als de bestemmingen woningen, maatschappelijke voorzieningen, en dergelijke (met de bijbehorende doeleindenomschrijvingen). De grens van de bestemming is maatgevend, niet het gebouw of object. In bijlage 1 is een overzicht van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (nog vaak de voorkeurswaarde genoemd) en de maximale hogere waarden (nog vaak de maximale grenswaarden genoemd) opgenomen. Aan de uitoefening van de bevoegdheid om een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vast te stellen, zijn grenzen verbonden. In de Wgh en de daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten zijn voorwaarden verbonden aan het vaststellen van een hogere waarde. Zo moet de hogere waarde liggen binnen de marge van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (voorkeurswaarde) en de maximale hogere waarde. Bovendien kan alleen een hogere waarde worden vastgesteld na afweging van belangen en als geluidbeperkende maatregelen zijn overwogen. Er zijn verschillende geluidbeperkende maatregelen. Deze kunnen worden verdeeld in bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en maatregelen bij de ontvanger. In het akoestisch onderzoek moet worden onderzocht of geluidbeperkende maatregelen akoestisch doeltreffend kunnen zijn (artikel 77 Wgh). Het uitgangspunt is dat zoveel mogelijk dient te worden voldaan aan de voorkeurswaarde. Als dat niet mogelijk is, kan worden overwogen om hogere waarden vast te stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel