Naar hoofdinhoud
Uitgangspunt Het hogere waardenbeleid heeft als uitgangspunt dat wonen op geluidbelaste locaties niet hoeft te leiden tot een toename van de geluidhinder. Het uiteindelijke doel is het zoveel mogelijk voorkomen of verminderen van (nieuwe) geluidhindersituaties in de gemeente. In algemene zin wordt bij het ontwerp van een plangebied gestreefd naar een goede afscherming van geluid door vorm en situering van de bebouwing. Bij het vaststellen van een hogere waardenbesluit worden de volgende voorwaarden gesteld: minimaal één geluidluwe zijde of loggia; een geluidluwe buitenruimte (tuin/balkon); de meeste slaapkamers gesitueerd aan de geluidluwe zijde. Voor alle voorwaarden geldt dat een gelijkwaardig of beter alternatief (minimaal dezelfde effecten) ook mogelijk is. Indien het ontwerp van de aanvrager aan een of meerdere voorwaarden niet voldoet of hiervoor gelijkwaardige alternatieven aandraagt ,, dan wordt er geen hogere waardenbesluit vastgesteld. Met betrekking tot deze voorwaarden is wel sprake van een inspanningsverplichting. De aanvrager kan in zijn ontwerp gemotiveerd afwijken, indien er andere gronden zijn om toch een hogere waardenbesluit vast te stellen. Denk aan grote economische of maatschappelijke belangen. Het College kan daarop bij de vaststelling van de hogere waarde besluiten om bij uitzondering gemotiveerd af te wijken van de aanvullende voorwaarden uit het Beleid hogere waarden. Op deze manier wordt voorkomen dat de beleidslijn leidt tot onvoorziene en ongewenste gevolgen. Vorm en situatie ontwerp Om toename van geluidhinder te voorkomen, moet zowel tijdens de planvorming als bij de verdere uitwerking van ruimtelijke plannen mede rekening worden gehouden met het geluidaspect. Het beleid kan namelijk alleen succesvol zijn als vroegtijdig in de ruimtelijke planfase rekening wordt gehouden met het hogere waardenbeleid. Op de site van de DCMR is de Handreiking bouwen op geluidbelaste locaties te vinden. Deze handreiking bevat tal van geluidbeperkende maatregelen, die in de verschillende fasen van planontwikkeling (visie, masterplan, stedenbouwkundig en bouwkundig) kunnen worden overwogen. Op stedenbouwkundig niveau kunnen de ontwerprichtlijnen voor een optimaal akoestische richting worden gehanteerd. De voornaamste ontwerprichtlijnen zijn in de Handreiking opgenomen. Enkele voorbeelden hiervan zijn een aaneengesloten bebouwing aan de geluidbelaste kant, gesloten bouwblokken voor een rustig binnenterrein, afscherming door niet geluidgevoelige objecten (zoals kantoren), het voorkomen van geluidweerkaatsing, terrasgevelstructuur, zaagtandgevel, afschermende galerij, voorzetgevel en loggia. Hieronder is een combinatie van voorbeelden uit de Handreiking overgenomen van ‘slim inrichten’ van een plangebied met woningen/woongebouwen. afbeelding 1. voorbeelden slechte en goede afscherming door vorm en situering van een gebouw Geluidluwe gevel en buitenruimte en indeling In de praktijk blijkt beperking van de geluidbelasting op de gevel niet of slechts in beperkte mate mogelijk. Bron- of overdrachtsmaatregelen zijn niet altijd doeltreffend of stuiten op andere bezwaren. In een stedelijk gebied zullen nu en in de toekomst nieuwe woningen worden gebouwd op geluidbelaste locaties. Het is met dit gegeven vooral belangrijk om het aantal nieuwe mensen dat ernstig door geluid wordt gehinderd en tijdens het slapen wordt gestoord, te minimaliseren. In situaties, waarin de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (voorkeurswaarde) dreigt te worden overschreden en bron- of overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn, is maatwerk noodzakelijk. Een van de belangrijkste voorwaarden bij het vaststellen van hogere waarden is derhalve dat een woning moet beschikken over een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte. Een woning of appartement met een geluidluwe buitenruimte (tuin, loggia of balkon) geeft de bewoner(s) de kans om op een rustige plek bij het huis te verblijven. De meest voor de hand liggende aanpak om een geluidluwe zijde tot stand te brengen, is de bebouwingsblokken parallel aan de bron te situeren; de bouwblokken schermen dan hun eigen achterzijde af (en het eventueel erachter gelegen woongebied). Indien geen geluidluwe buitenruimte mogelijk is, worden bij voorkeur serres of afsluitbare balkons (loggia’s) toegepast. Waaraan moet een geluidluwe zijde voldoen? De grenswaarde voor een geluidluwe gevel of buitenruimte is 53 dB (exclusief aftrek) voor wegverkeerslawaai, 55 dB voor spoorwegverkeerslawaai. Voor wegverkeerslawaai betekent dit dat de geluidbelasting van alle wegen tezamen (ook de 30 km/uur-wegen) op de gevel maximaal 53 dB mag zijn, wil er sprake zijn van een geluidluwe gevel Bij het vaststellen van hogere waarden is het belangrijk dat de geluidsituatie bij de geluidluwe zijde niet wordt verstoord door ander geluid, zoals parkeren op binnenterreinen of een speelplaats van een school. Naast de geluidluwe gevel en buitenruimte worden voorwaarden gesteld aan de indeling van de geluidgevoelige ruimten in een woning. De voorwaarde is dat de meeste slaapkamers aan de geluidluwe zijde of het geluidluwe balkon of de geluidluwe loggia zijn gelegen. Het voldoen aan de wettelijke binnenwaarden is vaak niet voldoende voor het voorkomen van geluidhinder en slaapverstoring, met name bij geopende ramen in geluidgevoelige ruimten. Onaanvaardbare gecumuleerde geluidbelasting De Wet geluidhinder stelt dat burgemeester en wethouders alleen hogere waarden kunnen toekennen indien de gecumuleerde geluidbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidbelasting. Voor het hogere waardenbeleid is er daarom gekozen hierbij aan te sluiten en het beleid voor het vaststellen van hogere waarden af te stemmen op de hoogte van de optredende gecumuleerde hindergewogen geluidbelasting van alle bronnen tezamen. De grenswaarde voor een onaanvaardbare gecumuleerde geluidbelasting is bepaald op 70 dB. In artikel 1.4 en bijlage I, behorende bij het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 is aangegeven hoe de cumulatie moet worden berekend. Leefomgevingskwaliteit De gecumuleerde geluidbelasting Lcum, berekend volgens de methode van de Wgh, kan een vertekend beeld geven van de werkelijk ervaren geluidbelasting. Dit komt doordat de niet-gezoneerde geluidbronnen en de geluidbronnen, die niet zorgen voor een overschrijding van de voorkeurswaarde, buiten beschouwing worden gelaten. Voorbeelden van niet-gezoneerde geluidbronnen zijn wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur, solitaire inrichtingen en vaarwegen. Hoewel deze bronnen wettelijk niet meetellen, kunnen ze wel een relevante bijdrage aan de totale geluidbelasting leveren. Voor een goede ruimtelijke onderbouwing is het van belang om, behalve de Lcum, ook de totale geluidbelasting Ltotaal te presenteren. Dit betreft de geluidbelasting van alle geluidbronnen, hindergewogen en gecumuleerd. De L totaal is informatie die gebruikt wordt bij het zoeken naar goede ruimtelijke oplossingen. Dit is dus geen toetsnorm. Dove gevel Indien de geluidbelasting de maximale hogere waarde (in de spreektaal nog steeds maximale grenswaarde genoemd) overschrijdt, zou nieuwbouw doorgang kunnen vinden door de woningen te voorzien van een zogenaamde dove gevel. De Wgh is namelijk niet van toepassing op dove gevels. Het zoeken naar oplossingen, zeker bij grote omvangrijke bouwprojecten, heeft echter de voorkeur boven het gebruik van dove gevels. In de ‘oude’ Wet geluidhinder werd onder een ‘dove gevel’ verstaan een bouwkundige constructie zonder te openen delen en met een zekere geluidwering. In de gewijzigde Wet geluidhinder is dit verruimd. Een dove gevel mag ook te openen delen hebben, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. De consequentie van een dove gevel is dat de ruimte aan de buitenzijde van een dergelijke gevel niet als ‘buitenruimte’ (tuin, terras, balkon) kan worden aangemerkt. Bijvoorbeeld een loggia met een schuifraam valt binnen deze definitie. De loggia zelf is een niet geluidgevoelige buitenruimte. De geluidgevoelige ruimte is daarachter gesitueerd. Ventilatieopeningen zijn niet toegestaan. De ventilatie zal op een andere wijze moeten worden gerealiseerd. In de Handreiking bouwen op geluidbelaste locaties zijn voorbeelden opgenomen wat kan worden beschouwd als een dove gevel. Beperkte onderzoeksplicht In de Wet geluidhinder is een verzwaarde onderzoeksplicht opgenomen naar maatregelen die kunnen leiden tot een geluidbelasting dat onder de voorkeurswaarde blijft. De gemeente Vlaardingen wil de effectiviteit van de zwaardere onderzoeksplicht en de inzet op de voorkeursvolgorde aan de realiteit van Vlaardingen aanpassen. Hierdoor worden situaties uitgesloten die nu al niet-realistische of onhaalbare maatregelen opleveren. De ruimtelijke planvorming en het wegbeheer worden daardoor niet onnodig belast. Volgens de Wet geluidhinder dient de initiatiefnemer nadrukkelijk de mogelijkheden voor bronmaatregelen te onderzoeken en af te wegen. Tot bronmaatregelen behoort ook de aanleg van geluidreducerend wegdek. De aanleg van geluidreducerend asfalt is vanuit civieltechnisch oogpunt (beheer, onderhoud en duurzaamheid) en akoestisch oogpunt niet realistisch binnen 50 meter vanuit het hart van een kruispunt of rotonde. Er treedt dan groot en snel kwaliteitsverlies op van het wegdek door het afremmende en optrekkende verkeer. Bovendien is de snelheid van voertuigen lager waardoor het bandengeluid niet bepalend is. Het effect van geluidreducerend asfalt zal dus ook veel lager zijn. De gemeente Vlaardingen sluit geluidreducerend wegdek uit van de onderzoeksplicht indien een project wordt gerealiseerd binnen 50 meter van het hart van een kruispunt of rotonde. Naast bronmaatregelen moeten ook overdrachtsmaatregelen worden onderzocht. Geluidschermen zijn vaak alleen mogelijk als er voldoende ruimte tussen de bron en de woningen is. Veelal is hiervan sprake indien woningen langs een rijksweg of een spoorbaan worden gebouwd. Schermen kunnen bij de overige wegen vaak een ongewenste verkeerskundige of stedenbouwkundige barrière vormen. In de gemeente Vlaardingen worden de overdrachtsmaatregelen daarom alleen onderzocht en afgewogen bij: de aanleg of reconstructie van hoofdverkeerswegen; de bouw van geluidgevoelige gebouwen langs de doorgaande rijkswegen of spoorwegen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel