Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Het jaargesprek

Onderdeel van Regeling Gesprekkencyclus en Jaargesprek 2016

1.. Het jaargesprek wordt eenmaal per jaar gehouden tussen de leidinggevende en de medewerker. 2.. De datum en het tijdstip van het jaargesprek worden bepaald door de leidinggevende na overleg met de medewerker. 3.. Het jaargesprek kan ter beoordeling van de leidinggevende en de medewerker betrekking hebben op alle onderwerpen betreffende het functioneren, de werk-/competentieafspraken, de persoonlijke werkomstandigheden en de ontwikkeling van de medewerker. 4.. Het jaargesprek dient niet voor het vastleggen van een beslissing met rechtspositionele gevolgen. 5.. Het jaargesprek dient als grondslag voor de beslissing met rechtspositionele gevolgen betreffende het toekennen van de periodieke verhoging of een extra periodieke verhoging aan de medewerker. In geval van het niet toekennen van de periodieke verhoging aan de medewerker dient ten minste zes maanden voor de datum van de periodieke verhoging het voornemen daartoe aan de medewerker te worden kenbaar gemaakt. De beslissing over het niet toekennen van de periodieke verhoging wordt vastgelegd in het gespreksformulier. 6.. De medewerker kan zich in het jaargesprek doen bijstaan door een gespreksondersteuner. 7.. Het jaargesprek wordt door de leidinggevende vastgelegd in het gespreksformulier. Een afschrift van het gesprekformulier wordt toegezonden aan de medewerker.

Rechtspraak bij dit artikel