4.1 Beschrijving van de landelijke en lokale eisen
Om de peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie te optimaliseren zijn er landelijke kwaliteitseisen en aanvullende lokale afspraken van toepassing. Deze eisen worden regelmatig aangepast aan nieuwe inzichten. In bijlage 2 zijn de landelijke wetten, regelingen en besluiten genoemd. Daarnaast gelden voor de subsidiering van deze activiteiten de Algemene Wet bestuursrecht, de Algemene Subsidieverordening gemeente Rhenen 2013 en de subsidieregels voor reguliere peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie.
In Rhenen gaan we uit van gemengde groepen van kinderen met en zonder vve-indicatie. Daaruit vloeit voort dat voor alle groepen naast de eisen voor peuteropvang aan de strengere vve-eisen moet worden voldaan. De kwaliteitseisen gelden voor alle uitvoerende organisaties en ook voor hun ‘onderaannemers’.
Instellingen voor kinderdagopvang kunnen, na de harmonisatie, gesubsidieerde peuteropvang aanbieden. De instellingen bepalen zelf of zij groepen samenstellen waarin tegelijk kinderen van de
gesubsidieerde peuteropvang en kinderdagopvang bij elkaar zitten. Uiteraard moeten zij ook aan alle wettelijke eisen en lokale afspraken voldoen.
Mocht zich een nieuwe aanbieder melden, die in aanmerking wil komen voor gemeentelijke subsidie, dan geldt de voorwaarde dat zij moeten voldoen aan alle landelijke en lokale geldende (wettelijke) eisen, lokale afspraken (bv vve-thuis) en participeren in de werkgroep vve. Daarnaast verbinden zij zich aan de nieuwe stappen die worden gezet in de ontwikkeling van een Integraal Kind Centrum (IKC).
Onderstaand worden de belangrijkste eisen voor reguliere peuteropvang weergegeven (willekeurige volgorde):
De maximale groepsgrootte is 16 kinderen.
Op een groep staat minimaal één beroepskracht per 8 kinderen. In groepen van 9 tot maximaal 16 kinderen staan twee beroepskrachten.
Personeel moet in het bezit zijn van een geldige verklaring omtrent gedrag.
Aan een kind worden ten hoogste drie vaste beroepskrachten toegewezen.
Er geldt een informatieplicht aan ouders over het beleid.
Vierogen-principe: de houder van een peuteropvang/kindcentrum organiseert de opvang op zodanige wijze, dat de beroepskracht of beroepskracht in opleiding de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij/zij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene.
De voertaal op de groep is de Nederlandse taal.
Pedagogisch medewerkers hebben een beroepskwalificatie conform de Wet Kinderopvang.
Er is een schriftelijke inventarisatie van de risico’s mbt veiligheid en gezondheid.
De instellen hebben een geldig pedagogisch beleidsplan dat voldoet aan de wettelijke eisen.
De instellingen voldoen aan de inspectie eisen van de Wet Kinderopvang. De GGDrU controleert deze.
Onderstaand worden de belangrijkste eisen voor voor- en vroegschoolse educatie weergegeven (willekeurige volgorde):
Voorschoolse educatie wordt vier dagdelen of tenminste 10 uur per week aangeboden op een peuteropvang of kinderdagverblijf.
De beroepskrachten hebben tenminste een opleiding op PW3 niveau. Onderdeel van deze beroepsopleiding vormt tenminste één module over het verzorgen van de voorschoolse educatie. Als de beroepskracht niet deze module heeft gevolgd, bezit deze een bewijs dat specifieke scholing is afgerond over voorschoolse educatie.
De beroepskrachten voldoen, per 1-8-2017, aan het vereiste taalniveau. Dat wil zeggen aan de landelijk gehanteerde eisen te weten 2f voor schrijfvaardigheden en 3f voor spreek- en luistervaardigheden.
De houder van een kinderdagverblijf of peuteropvang stelt jaarlijks een opleidingsplan op waarin staat beschreven hoe de kennis en vaardigheden in voorschoolse educatie van beroepskrachten worden onderhouden.
Voor de voorschoolse educatie wordt een gecertificeerd programma gebruikt waarin op een gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling.
Lokale eisen
Daarnaast gelden er nog lokale aanvullende voorwaarden voor instellingen die in de gemeente Rhenen actief zijn:
De voorschoolse instellingen hanteren de doelgroepomschrijving van de gemeente Rhenen.
De voorschoolse instelling geeft per kwartaal aan de vve-coördinator door welke kinderen zijn aangemeld voor de voorschoolse educatie en welke kinderen daadwerkelijk deelnemen aan de voorschoolse educatie.
De voorschoolse instelling levert op verzoek van de vve-coördinator gegevens aan betreffende het aantal ingeschreven kinderen en het aantal doelgroepkinderen dat voorschoolse educatie volgt/heeft gevolgd (in principe 4 maal per jaar).
De voorschoolse instelling werkt volgens de gemeentebrede afspraken over doorgaande lijn, maakt gebruik van het afgesproken overdrachtsformulier, stuurt deze rechtstreeks naar het basisonderwijs (na akkoord van ouders) en neemt bij eventuele bijzonderheden contact op met de basisschool (warme overdracht).
De voorschoolse instelling neemt actief deel aan de werkgroep vve.
De voorschoolse instellingen en de scholen zorgen gezamenlijk voor de uitvoering van de afgesproken werkwijze rond de resultaatafspraken.
Instellingen stemmen het ouderbeleid af op de gemeentebreed gemaakte afspraken hierover.
Instellingen moeten aantoonbaar samenwerken met zorgpartijen en onderwijs. Instellingen voeren 2-4 keer per jaar overleg met het Centrum Jeugd en Gezin/jeugdgezondheidszorg. Indien nodig zorgen zij ervoor dat het kind in het casusoverleg van het jeugdteam wordt besproken.
Vroegtijdig wordt ingeschat wat een kind nodig heeft om een goede overstap te maken naar het basisonderwijs. Zo nodig worden de samenwerkingsverbanden hierbij betrokken.
Om de brede ontwikkeling van kinderen te kunnen volgen wordt op elke locatie gewerkt met een kindvolgsysteem.
De voorschoolse voorzieningen werken mee aan het programma vve-thuis. Mocht een ouder om een reden niet deel kunnen nemen aan vve-thuis dan wordt, na overleg met de vve-coördinator, een passend aanbod gedaan. Mocht een ouder zonder recht op kinderopvangtoeslag daarna toch nog besluiten niet deel te nemen aan vve-thuis dan vervalt de vve-plaats van het kind. Ouders, zonder recht op kindertoeslag, komen dan niet in aanmerking voor een vve-plaats maar betalen voor het kind volgens de afspraken voor reguliere peuteropvang (zonder kinderopvangtoeslag). Tevens kan het kind enkel gebruik maken van 2 dagdelen peuteropvang en niet van 3 dagdelen. Ouders met recht op kinderopvangtoeslag kunnen niet verplicht worden deel te nemen aan vve-thuis.
4.2 Aanscherping eisen
Door het Rijk is aangegeven dat binnen redelijke termijn een aantal kwaliteitseisen wordt aangescherpt. Het betreft scherpere eisen op het gebied van taalniveau, vve-certificering, initiële opleiding, het opleidingsplan en het opnemen van vve in het pedagogisch beleidsplan.
Ook wordt bekeken of en zo ja, op welke wijze de inzet van hbo-ers in de vve kan worden vergroot.
Streven is om de aanpassing van de eisen per 1 augustus 2017 in werking te laten treden. In Rhenen is voor de verhoging van het taalniveau van pedagogisch medewerkers, die op de peutergroepen werken, in 2014 en 2015 een traject opgestart voor de onderdelen mondelinge vaardigheden en leesvaardigheden. De pedagogisch medewerkers zijn inmiddels geschoold en voldoen aan de taaleisen.
4.3 Toezicht en handhaving
De verantwoordelijkheid voor het toezicht en de handhaving van de kwaliteit van de kinderopvang, peuteropvang, gastouderbureaus en voorschoolse educatie ligt bij de gemeente. De gemeente heeft hiervoor de GGDrU als toezichthouder aangewezen. De inspectie van het onderwijs houdt toezicht op de educatieve kwaliteit van de voorschoolse educatie (zie hoofdstuk 5). Ook moet de gemeente een landelijk register bijhouden van kinderdagverblijven en peuterspeelzalen/-opvang waarin is opgenomen of deze instellingen voorschoolse educatie aanbieden. Dit is het LRKP: Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen. De gemeente is verplicht om jaarlijks een verslag over het uitgevoerde toezicht naar de gemeenteraad en de Minister te sturen. In verband met de diverse ontwikkelingen in het beleid (harmonisatie) en de kwaliteitseisen wordt landelijk een nieuw toezichts- en handhavingskader ontwikkeld.
Artikel Kwaliteitseisen
Artikel Kwaliteitseisen
Onderdeel van Beleidsnotitie gesubsidieerde peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (vve) - Gemeente Rhenen