De Awb en de DHW geven aan welke sancties het bevoegde gezag kan inzetten tegen het voorkomen of voortduren van overtredingen. De gemeente heeft op basis van de DHW instrumenten gekregen om een samenhangend beleid te voeren voor het oplossen van problemen rondom het gebruik van alcohol door jongeren.
De gemeente behoudt bestaande sanctie-instrumenten op grond van de Awb, maar de DHW geeft de gemeente ook enkele nieuwe sanctie-instrumenten, zoals het schorsen van een vergunning, het opleggen van een bestuurlijke boete en het ‘three-strike-out’ principe. Deze instrumenten worden tot op heden niet of nauwelijks toegepast. Het doel van de inzet van bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten is het opheffen van de geconstateerde overtredingen en het voorkomen van nieuwe overtredingen.
Kortom, bestaande sanctie-instrumenten zijn:
Mededeling / mondeling- of schriftelijke waarschuwing;
Intrekken van de vergunning (art 31 DHW en/of APV);
Last onder bestuursdwang (artikel 125 Gemeentewet en afd. 5.3 Awb);
Last onder dwangsom ( afd. 5.4 Awb);
Sluiting van de horecagelegenheid (op grond van APV, DHW en/of art 174 Gem.w);
Toegang ontzeggen/verwijderen van bezoekers (art 36 DHW);
Strafrechtelijk; proces-verbaal opgemaakt door een BOA.
Ook zijn er nieuwe sanctie-instrumenten op basis van de DHW:
Schorsen van de vergunning (art.32 DHW);
Bestuurlijke boete (art 44a DHW);
Three-strikes-out (tijdelijk stilleggen alcoholverkoop) (art. 19a DHW).
Daarnaast kan op basis van een aantal artikelen in de DHW (alleen) strafrechtelijk worden opgetreden door middel van het opmaken van een proces-verbaal. Voor deze overtredingen zullen de BOA’s een tikverbaal toepassen of wordt samengewerkt met de politie. Waar mogelijk wordt bestuursrecht en strafrecht gecombineerd toegepast voor zo groot mogelijke efficiëntie. Denk bijvoorbeeld aan dronken personeel in een café, direct een proces-verbaal plus een voornemen voor een dwangsom te innen per geconstateerde overtreding.
Let op: niet alle genoemde sancties mogen gelijktijdig worden toegepast. Hiervoor dient naar de wettelijke mogelijkheid van samenloop van sancties gekeken te worden [o.a. Algemene wet bestuursrecht en DHW), Het toepassen van maatregelen ter handhaving van de openbare orde valt onder de Gemeentewet. Een uitwerking van de verschillende handhavingsinstrumenten is opgenomen in bijlage 1.
Sanctiestrategie
Hieronder is een stroomschema opgenomen dat dient als aanpak c.q. stappenplan voor overtredingen van de DHW en APV. Het schema deelt overtredingen in grofweg 3 categorieën, met elk hun eigen aanpak. De categorieën zijn van zwaar naar licht:
1. Categorie 1 (spoedeisend)
Hierbij wordt direct een sanctie opgelegd. Bij categorie 1 overtredingen gaat het om ernstige zaken die direct beëindigd moeten worden. Er is sprake van acuut gevaar voor de volksgezondheid en/of de veiligheid is in het geding. Er is snelheid vereist om tot onmiddellijke beëindiging van de overtreding te komen. Er is geen ruimte om een zienswijze te vragen, vanwege de spoedeisendheid. Te denken valt aan: personen onder invloed (drank of drugs) aan het werk, geen leidinggevende aanwezig, personeel onder de 16 jaar staat te schenken en/of er is sprake van verstoring van de openbare orde in relatie tot het schenken van alcohol. In dat geval kan het nodig zijn direct op te treden. De verwachting is dat het zelden noodzakelijk om direct in te grijpen.
2. Categorie 2
In deze categorie gaat het om weliswaar ernstige, maar geen acuut gevaar zettende situaties. In dat geval wordt eerst een voornemen kenbaar gemaakt tot het opleggen van een sanctie. Vervolgens wordt in een 2e stap (bij herhaalde overtreding) de daadwerkelijke sanctie opgelegd. Hiermee wordt een overtreder in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen en/of de mogelijkheid geboden om de overtreding zelf ongedaan te maken binnen een redelijke termijn.
3. Categorie 3
Categorie 3 overtredingen zijn de overige overtredingen. Deze zijn minder ernstig van aard. Hierbij valt te denken aan het niet ter plaatse kunnen tonen van de vergunning of het niet aanwezig hebben van een leeftijdsgrenzen aanduiding. In dat geval volgt eerst een waarschuwing. In een tweede stap wordt een voornemen tot het opleggen van een sanctie kenbaar gemaakt, waarna in derde instantie pas de daadwerkelijke sanctie wordt opgelegd.
Overtreding
Acties
Categorie 1
Direct toepassen sanctie; geen begunstigingstermijn
Categorie 2
1. voornemen opleggen sanctie (termijn zienswijze)
2. sanctiebeschikking (opleggen last onder dwangsom, bestuursdwang, etc)
3. in geval overtreding niet ongedaan gemaakt: uitvoeren sanctie (verbeuren en innen dwangsom, toepassen bestuursdwang)
Categorie 3
1. mondelinge/schriftelijke waarschuwing
2. voornemen opleggen sanctie (termijn zienswijze)
3. sanctiebeschikking (opleggen last onder dwangsom, bestuursdwang, etc)
4. in geval overtreding niet ongedaan gemaakt: uitvoeren sanctie (verbeuren en innen dwangsom, toepassen bestuursdwang)
In de sanctietabel (bijlage) wordt per overtreding van de DHW en/of APV aangegeven welk stappenplan wordt gevolgd en welke sancties kunnen worden opgelegd. De categorieën zijn met kleuren aangegeven.
Als een toezichthouder een overtreding constateert, past hij het handhavingsstappenplan toe en de sanctietabel. Hiervan kan, gemotiveerd, worden afgeweken. Afwijken kan in bijzondere omstandigheden gewenst zijn. Het doel is immers het komen tot verbetering van de naleving van de regels. Dit kan betekenen dat er een extra tussenstap of een andere sanctie wordt gekozen. Dit op basis van de omstandigheden van het geval en de daarbij gemaakte belangenafweging.
Minder belangrijke overtredingen
Het beëindigen van de minder belangrijke overtredingen wordt in beginsel aan de verantwoordelijkheid van de overtreder overgelaten. Het kost te veel personele capaciteit en tijd om iedere overtreding van gemeentewege teniet te (laten) doen. In de meest voorkomende gevallen volstaat een mondelinge of schriftelijke waarschuwing dat van een overtreding sprake is en dat er van de overtreder verwacht wordt die te beëindigen.
Intrekken vergunning
Het intrekken van de vergunning is een ultimum remedium. Dit middel wordt pas ingezet als blijkt dat door het stellen van voorwaarden niet aan (nieuwe) voorschriften kan worden voldaan of van pertinente weigerachtigheid aan voorwaarden van de vergunning te willen voldoen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3