Naar hoofdinhoud
Mededeling / waarschuwing Bij constatering van een overtreding van de DHW wordt er een mededeling worden gedaan. Deze kan in de vorm van een mondelinge- of schriftelijke waarschuwing worden gegeven. Vooral bij lichte overtredingen gaat de voorkeur uit naar het geven van informatie, advies en mondeling waarschuwen. Hiermee vergroot je ook de bekendheid van de regels uit de DHW, waardoor naar verwachting het naleefgedrag wordt verbeterd.  Een mondelinge waarschuwing wordt wel vastgelegd om bij een volgende overtreding op terug te kunnen vallen. Intrekken van de vergunning Het intrekken van een vergunning is een bestaand sanctie-instrument voor de gemeente. Deze bevoegdheid komt toe aan de burgemeester en is neergelegd in artikel 31 van de DHW. Tot intrekking kan worden overgegaan als een bepaalde verbodsbepaling uit de DHW niet worden nageleefd. Als zich in een horeca-inrichting feiten voor doen die gevaar opleveren voor de openbare orde of als niet langer voldaan wordt aan de inrichtingseisen of de eisen gesteld aan de leidinggevende moet de burgemeester tot intrekken van de vergunning besluiten. Voorafgaand dient wel een schriftelijke waarschuwing/vooraankondiging worden gedaan. Wanneer de burgemeester schriftelijk mededeling heeft gedaan aan de vergunninghouder met het voornemen de vergunning in te trekken, kan er daarnaast geen bestuurlijke boete worden opgelegd. Deze bevoegdheid vervalt dan. Last onder bestuursdwang / last onder dwangsom De sancties last onder bestuursdwang en last onder dwangsom vinden hun grondslag in de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van artikel 44 van de DHW is de burgemeester bevoegd tot toepassing van een last onder bestuursdwang wanneer geen medewerking wordt verleend aan toezichthouders. Sluiting van de horecagelegenheid (Tijdelijke) sluiting van de horecagelegenheid is een vorm van bestuursdwang. Met dit instrument kan een illegale situatie daadwerkelijk worden beëindigd. Sluiting van de horecagelegenheid gebeurd op grond van de APV, de DHW en artikel 174 van de Gemeentewet. Toegang ontzeggen/verwijderen van bezoekers De burgemeester heeft de bevoegdheid om personen de toegang tot ruimtes te ontzeggen waar in strijd met de wet alcoholische drank wordt verstrekt. Hiermee kan worden opgetreden tegen bijvoorbeeld illegale activiteiten in de horeca. Dit kan van pas komen wanneer een horeca-inrichting open is en alcohol schenkt zonder een geldig vereiste vergunning op grond van de DHW. Hierdoor kan de toegang worden ontzegd aan personen die aanwezig zijn in de betreffende horeca-instelling. Proces-verbaal opgemaakt door een BOA Een overtreding moet strafrechtelijk worden afgedaan in uitzonderlijke gevallen als reclamebeperkingen, dronkenschap en verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. In deze gevallen zal er behoefte kunnen zijn om het voor te leggen aan het Openbaar Ministerie (verder OM) en de zaak via Wet op de Economische Delicten (verder WED) af te doen. Deze wet beschikt immers over meer verschillende sancties. Hierbij valt te denken aan hogere boetes en de mogelijkheid tot het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel. Op basis van artikel 45 van de DHW zijn jongeren beneden de 18 jaar strafbaar wanneer zij alcoholhoudende drank aanwezig hebben op voor publiek toegankelijke plaatsen. Dit is een strafrechtelijke sanctie. Een door de burgemeester aangewezen toezichthouder (BOA) is bevoegd om proces-verbaal op te maken bij overtredingen. De volgende overtredingen uit de DHW kunnen alleen strafrechtelijk worden afgedaan: Artikel 45; verbod aanwezig hebben van alcohol op openbare weg - jongeren <18 jaar (strafbaarstelling jongeren) Artikel 21; verboden alcohol te verstrekken in verband met verstoring openbare orde, veiligheid of zedelijkheid Artikel 20, lid 6; verboden om persoon in staat van dronkenschap/onder invloed van drugs toe te laten Artikel 20, lid 7; verboden in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van drugs dienst te doen in een horeca-inrichting De afhandeling van het proces-verbaal wordt gedaan door het OM. De bestuurlijke strafbeschikking kan hiervoor niet meer opgelegd worden. Overtredingen op grond van de DHW zijn te ingewikkeld om afgedaan te kunnen worden met een bestuurlijke strafbeschikking. De hoogte van de boete voor artikel 45 DHW (strafbaarstelling jongeren) is 90 euro, maar bij jongeren beneden de 18 jaar wordt dit bedrag gehalveerd. De opbrengsten uit processen-verbaal vloeien rechtstreeks in de staatskas. Voor wat betreft de strafrechtelijke handhaving van jongeren beneden de 18 jaar middels een proces-verbaal, heeft de gemeente geen beleidsvrijheid. Dit is namelijk een dwingende bepaling die voortkomt uit de DHW. Nieuwe sanctiemiddelen: Schorsen van de vergunning Een van de andere bevoegdheden van de burgemeester en die betrekking heeft op de handhaving van de DHW, is de mogelijkheid tot tijdelijke schorsing van de vergunning. Voorheen was er enkel de mogelijkheid om de vergunning in te trekken, maar deze sanctie werd te drastisch gevonden. Het doel van de invoering van dit instrument, is dat de sancties flexibeler ingezet kunnen worden en dit dient naar verwachting weer te leiden tot een betere handhaving van de DHW. Het schorsen van een vergunning is een nieuw sanctie-instrument voor de gemeente. Deze bevoegdheid komt ook toe aan de burgemeester en is neergelegd in artikel 32 van de DHW. De burgemeester krijgt nu de mogelijkheid om een vergunning op grond van de DHW voor een periode van maximaal 12 weken te schorsen. De lengte van de schorsingsperiode kan de burgemeester af stemmen op de ernst van de overtreding. Tijdens een schorsing kan de burgemeester geen nieuwe vergunning op grond van de DHW verlenen. Wanneer de vergunning van een horeca-instelling is geschorst, kan de instelling wel open blijven, indien er geen alcoholhoudende drank aanwezig is (ook niet in het magazijn). Wanneer de gemeente gebruik wil maken van deze sanctie, dient dit te worden opgenomen in haar handhavingsbeleid. Het doel van de toevoeging van dit sanctie-instrument is het vergemakkelijken van het toezicht en de handhaving. Dit komt doordat schorsing alleen kan worden toegepast in situaties waarin intrekking van de vergunning niet verplicht is. De opname van het schorsingsinstrument is raadzaam, omdat er verschillende termijnen bij deze sanctie opgelegd kunnen worden, waardoor het een flexibel instrument is dat op maat kan worden opgelegd. Het gevolg voor het toezicht en de handhaving is dat per situatie zal moeten worden bepaald of schorsing, dan wel intrekking de beste optie is. Daarnaast kan nog opgemerkt worden dat dit instrument in slechts 1% van de controles wordt ingezet. Dit blijkt uit de pilot. Ook wordt de ondernemer hard geraakt bij dit instrument, want hierbij wordt de gehele omzet van de ondernemer gedurende de duur van de schorsing afgenomen. Bestuurlijke boete Sinds 2005 kent de DHW het instrument bestuurlijke boete en deze kan door de burgemeester rechtstreeks worden opgelegd. Er hoeft geen beroep gedaan te worden op politie of OM. Door de invoering van de bestuurlijke boete wordt de overtreder direct geconfronteerd met de gevolgen van de overtreding en kan de afdoening van een aantal zaken veel sneller gebeuren. De bestuurlijke boete is een bestraffend sanctie-instrument dat bedoeld is om snel en doortastend toe te passen; lik op stuk. De bestuurlijke boete moet niet verward worden met de Bestuurlijke strafbeschikking (Bsb). De Bsb wordt ook door een BOA uitgeschreven, maar slechts voor overlastfeiten uit de APV en wet Mulder overtredingen (waaronder: parkeer). De invordering van deze bekeuring en bezwaar en beroep loopt via het CJIB en het OM. Een bestuurlijke boete kan zowel tegen natuurlijke personen als tegen rechtspersonen worden opgemaakt. De bestuurlijke boete kan niet samen met andere bestuurlijke of strafrechtelijke sancties worden opgelegd. De bevoegdheid tot het opleggen van de bestuurlijke boete op basis van artikel 44a DHW vervalt, indien op grond van de bepaling waarop de bestuurlijke boete kan worden opgelegd, door de burgemeester aan de vergunninghouder een schriftelijke mededeling is gedaan ten aanzien van een voornemen tot het intrekken van de vergunning. De bestuurlijke boete kan worden ingezet voor alle overtredingen die de DHW kent, met uitzondering van artikel; Artikel 2; reclamebeperkingen Artikel 20, lid 6 en 7; verboden om persoon (kennelijk) in staat van dronkenschap/onder invloed van drugs toe te laten/dienst te doen in een horeca-inrichting Artikel 21; verboden alcohol te verstrekken in verband met verstoring openbare orde, veiligheid of zedelijkheid Artikel 45; strafbaarstelling jongeren Voor deze bepalingen kan alleen strafrechtelijk worden opgetreden middels een proces-verbaal. Verder kan de bestuurlijke boete niet worden ingezet als de overtreding leidt tot direct gevaar voor gezondheid of veiligheid van de mens, of het economisch voordeel de hoogte van de bestuurlijke boete overschrijdt, of de burgemeester het three-strikes-out principe al toepast. Verder zijn alle regels rond het opleggen van een bestuurlijke boete vastgelegd in de artikelen 5:40 t/m 5:54 van de Awb. Kosten en opbrengst De opbrengsten van de bestuurlijke boetes komen toe aan de gemeente. De inkomsten uit bestuurlijke boetes zijn gering. Het Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet is te vinden in bijlage 3 en kent afhankelijk van de ernst van het delict en de vraag of de overtreder een kleine (minder dan 50 werknemers) dan wel een grote ondernemer betreft, zes boetecategorieën. De boetes voor kleine ondernemers variëren van €680 tot €1360. De boetes voor grote bedrijven variëren van €1360 tot €2720. De boetebedragen voor de grote bedrijven worden vermenigvuldigd met een factor 2. De bestuurlijke boete wordt opgelegd door de gemeente; deze verzorgt ook de inning en de afwikkeling van bezwaar en beroep. Gelet op de administratieve en organisatorische belasting wordt de bestuurlijke boete voorlopig nog niet ingezet in de gemeente. Na vier jaar wordt het beleid geëvalueerd en heroverwogen om alsnog de bestuurlijke boete in te voeren. Ervaringen bij andere gemeenten zullen daarbij worden betrokken. Three-strikes-out (tijdelijk stilleggen alcohol verkoop) Three-strikes-out is een nieuwe sanctiemogelijkheid op grond van de DHW. Deze sanctie houdt in dat de burgemeester de verkoop van alcohol in een supermarkt tijdelijk kan verbieden wanneer deze supermarkt voor de derde maal in één jaar betrapt wordt op de verkoop van alcohol aan jongeren beneden de 18 jaar. Deze maatregel is opgenomen in artikel 19a van de DHW. De burgemeester kan bepalen hoe lang het recht om alcohol te verkopen wordt ontnomen; minimaal 1 week tot maximaal 12 weken. Deze sanctie kan toegepast worden op alle niet-vergunningplichtige bedrijven. Deze bedrijven hebben geen horecavergunning nodig, maar zijn wel gebonden aan regels. Het is een mogelijkheid om dit instrument toe te voegen aan de al bestaande handhavingsinstrumenten, maar dit is echter niet verplicht. Deze sanctie kan door middel van bestuursdwang opgelegd worden. Jongeren beneden de 18 jaar kunnen vaak aan alcoholische dranken komen via de supermarkten. Wanneer het opleggen van een bestuurlijke boete voor overtreding van artikel 20, eerste lid van de DHW (verstrekken van alcoholische drank aan jongeren zonder daarbij de leeftijd vast te stellen) niet leidt tot betere naleving van de leeftijdsgrenzen, kan dit instrument helpen om supermarkten scherp te houden op het controleren van de leeftijdsgrenzen bij verkoop van alcohol aan jongeren beneden de 18 jaar.  Het is daarom wenselijk dit instrument op te nemen in het handhavingsbeleid. Naar aanleiding van de lokale situatie zal worden bepaald of de behoefte bestaat aan een dergelijke bepaling. Met het toepassen van het instrument “three strikes out” wordt vooralsnog terughoudend omgegaan omdat dit een vergaande maatregel is voor de bedrijfsvoering van ondernemers. Overtreders worden wel gewaarschuwd dat de gemeente over dit instrument beschikt en het kan inzetten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel