**1..** Het college mandateert via de directeur van het Facilitair Bedrijf de daadwerkelijke uitvoering aan het hoofd Middelenbeheer mits de bepalingen in het treasurystatuut en de volgende voorwaarden in acht worden genomen:
vooraf wordt aan de portefeuillehouder Financiën kenbaar gemaakt dat geld uitgezet anders dan schatkistbankieren of aangetrokken gaat worden, waarbij de looptijd van de lening en het volume wordt gemeld;
de portefeuillehouder bevestigt via schriftelijke wijze (bijvoorbeeld via mail) in te stemmen met het in artikel 8, lid 1a bedoelde voorstel;
de aanbiedingen worden op rendement c.q. kosten beoordeeld door hoofd Middelenbeheer, senior financieel adviseur en teamleider van betalingsverkeer en verzekeringen;
bij afwezigheid van het hoofd Middelenbeheer wordt deze vervangen door de directeur van het Facilitair Bedrijf;
als door afwezigheid van meerdere functionarissen geen invulling kan worden gegeven aan de voorwaarden 1c. en 1d. wordt in overleg met het directieteam een keuze gemaakt;
na afronding van de overeenkomst wordt dezelfde dag de portefeuillehouder Financiën geïnformeerd over de afloop.
**2..** Ter waarborging van de juistheid van betalingen gelden de volgende maatregelen:
Eén medewerker kan nooit zelfstandig een betaling verrichten;
Een betaalbatch met bijstandsuitkeringen met een omvang van meer dan 500.000 euro (bestedingslimiet) moet worden meegetekend door een directielid;
Een betaling aan een individuele begunstigde van meer dan 500.000 euro (bestedingslimiet) moet worden meegetekend door een directielid;
Gebruik wordt gemaakt van technische mogelijkheden die de bancaire sector biedt om te voorkomen dat verkeerde bedragen worden uitbetaald;
Periodiek wordt vastgesteld of controles in het betaalsysteem daadwerkelijk zijn uitgevoerd en hebben gewerkt door onafhankelijke medewerkers die niet betrokken zijn bij het betaalproces.
Hoofdstuk 2.
Artikel 8.
Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
Onderdeel van Treasurystatuut Amstelveen 2016