Op grond van dit hoofdstuk kan subsidie worden verleend indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:
De gesubsidieerde activiteit dient in elk geval te voldoen aan de volgende eisen en de aanvrager beschrijft de wijze waarop eraan voldaan wordt in de subsidieaanvraag:
er dient gebruik gemaakt te worden van een erkend VVE-programma;
elke VVE-groep dient ten minste één gecertificeerde medewerker te hebben;
er wordt gewerkt met een genormeerd kindvolgsysteem;
er is sprake van actieve ouderbetrokkenheid van de aanvrager;
er zijn afspraken met ten minste één basisschool per opvanglocatie over de doorgaande lijn en overdracht;
de aanvrager neemt deel aan de gemeentelijke monitoring van de resultaten van VVE.
Subsidie voor aanvullende VVE-activiteiten kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de optimale ontwikkelkansen voor VVE-doelgroep kinderen.
Een subsidie voor aanvullende VVE activiteiten kan aangevraagd worden door zowel een kinderopvangaanbieder als ook door een schoolbestuur.
Op een aanvraag door een schoolbestuur is het bepaalde in artikel 10, eerste lid onder a en tweede lid niet van toepassing.
Hoofdstuk 3
Artikel 6
Criteria voor subsidieverlening
Onderdeel van Subsidieregel Peuteropvang en voor- en vroegschoolse Educatie