Naar hoofdinhoud
1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren. 2.. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid is de belasting verschuldigd onmiddellijk na afloop van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer. 3.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is bij de aanschaf van dagkaarten anders dan bij parkeerapparatuurplaatsen de belasting verschuldigd op het moment van de aanschaf van de dagkaarten. 4.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is de belasting verschuldigd na het einde van het parkeren indien er sprake is van parkeren anders dan op parkeerapparatuurplaatsen. 5.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel