Naar hoofdinhoud
1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften. 2.. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid wordt bij aanschaf van dagkaarten anders dan bij parkeerapparatuurplaatsen de belasting geheven bij wege van een mondelinge kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling aan de belastingschuldige bekendgemaakt 3.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt bij het parkeren anders dan op parkeerapparatuurplaatsen, de belasting geheven bij wege van voldoening op aangifte dan wel bij wege van nota. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften. 4.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel