**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen 1 maand na afloop van het parkeren/na de dag waarop het belastbaar feit heeft plaats gevonden, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.
**3..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet bij aanschaf van dagkaarten anders dan bij parkeerapparatuurplaatsen de belasting worden betaald op het moment van het doen van de kennisgeving.
**4..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet bij het parkeren anders dan op parkeerapparatuur- plaatsen de belasting worden betaald na afloop van het parkeren dan wel onmiddellijk na uitreiking van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur.
**5..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
**6..** In afwijking van het vorige lid moet, zolang de verschuldigde bedragen genoemd in hoofdstuk 2 van de tarieventabel behorende bij en deeluitmakende van deze verordening door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, de belasting betaald worden binnen een termijn van 30 dagen voor aanvang van de vergunningsperiode.
**7..** Een naheffingsaanslag moet onmiddellijk worden betaald.
Artikel 7a
Termijn van betaling
Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zoetermeer houdende belastingregels Verordening parkeerbelastingen 2017