Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 onder b van de Wet ten behoeve van samenvoegen worden de volgende voorwaarden verbonden:
De voorwaarde op grond waarvan zij pas in werking treedt als zij onherroepelijk is geworden.
De voorwaarde op grond waarvan van de vergunning binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden daarvan gebruik moet worden gemaakt;
Hoofdstuk 2 › § 2.3
Artikel 7