Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.4

Artikel 8:

Weigeringgronden ingevolge artikel 5 van de Verordening ten aanzien van kamerverhuur

Onderdeel van Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam houdende beheer woonruimtevoorraad Nadere regels Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2016

1.. Dit artikel is van toepassing op aanvragen om een vergunning als bedoeld in artikel 21 onder c van de Wet ten behoeve van kamerverhuur. 2.. Een aangevraagde vergunning wordt ingevolge artikel 5, eerste lid, onder b van de Verordening geweigerd indien de toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, zich verzet tegen verlening van de aangevraagde vergunning. Daarvan is in ieder geval sprake indien: het gebouw een flat- of portiekwoning is; verlening van de aangevraagde vergunning zou resulteren in het mogelijk maken van woonruimte met een gebruiksoppervlakte per persoon van minder dan 18 vierkante meter; of, het uiterlijk, daaronder begrepen de staat van onderhoud, van het gebouw afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien der gemeente. 3.. Een aangevraagde vergunning wordt ingevolge artikel 5, eerste lid, onder d van de Verordening geweigerd als het verlenen ervan zou leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de onroerende zaak of de onroerende zaken waarop de aanvraag betrekking heeft. Daarvan is in ieder geval sprake indien: het gebouw een flat- of portiekwoning is; verlening van de aangevraagde vergunning zou resulteren in het mogelijk maken van woonruimte met een gebruiksoppervlakte per persoon van minder dan 18 vierkante meter; of de aanvraag betrekking heeft op een woonruimte die gelegen is in een CBS-buurt waarvan de indicatorscore Overbewoning slechter is dan het Schiedamse gemiddelde; de verlening van de vergunning ertoe zou leiden dat het aantal vergunde slaapplaatsen door middel van kamerverhuur meer dan 5% bedraagt van het totaal aantal slaapplaatsen in de straat waar de betreffende woonruimte is gelegen. In de hiervoor te maken berekening wordt voor elke woonruimte niet vallend onder vergunningplichtige kamerverhuur uitgegaan van het totaal aantal personen dat ingeschreven is in de Basis Registratie Personen. Bij straten die in meerdere CBS-buurten zijn gelegen wordt alleen het straatdeel in de betreffende CBS-buurt in de berekening meegenomen waar de vergunning voor is aangevraagd. 4.. Het college kan, in afwijking van lid 3 sub c en d, ingevolge artikel 4, derde lid, onder a van de Verordening voor een onroerende zaak waarin niet vergunningplichtige kamerverhuur plaats vindt, dat door daling van de WOZ waarde onder de reikwijdte van de Verordening is komen te vallen, een tijdelijk vergunning verlenen. Deze tijdelijke vergunning kan niet worden verlengd en eindigt van rechtswege op het moment dat de eerstvolgende WOZ beschikking voor deze onroerende zaak onherroepelijk is geworden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel