a. Volgens artikel 2.33, tweede lid onder a van de Wabo is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken indien gedurende 3 jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning. Van deze bevoegdheid wordt 3 jaar na het onherroepelijk worden van de verleende vergunning gebruik gemaakt.
b. Als niet tijdig de inrichting in gebruik is genomen dan wel de inrichting is gewijzigd wordt aan de vergunninghouder een voornemen van het intrekken van de omgevingsvergunning bekend gemaakt volgens artikel 7 van deze beleidsregels.
c. Als een zienswijze is ingediend wordt beoordeeld of de ingediende zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn waarbinnen de inrichting in bedrijf moet zijn.
d. De termijn bedoeld onder c wordt naar redelijkheid en in het licht van het concrete geval bepaald. De verlenging bedraagt maximaal 26 weken nadat is gereageerd op de zienswijze.
Artikel 2
Intrekken bij activiteit milieu
Onderdeel van Beleidsregels intrekken omgevingsvergunningen gemeente Oldambt