**1..** De norm of de toeslag wordt lager vastgesteld indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de gehuwde lagere algemene kosten van het bestaan heeft dan waarin die bijstandsnorm en de toeslag voorziet, als gevolg van zijn woonsituatie, waaronder begrepen het niet aanhouden van een woning en de bewoning van een woonruimte waaraan geen woonkosten zijn verbonden zoals omschreven in artikel 1, lid 1, onder k, van deze verordening.
**2..** De verlaging als bedoeld in het eerste lid is vastgesteld op een bedrag gelijk aan 15% van het netto minimumloon.
**3..** De verlaging als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel vindt bij alleenstaanden en alleenstaande ouders bij voorrang plaats op de toeslag.
Hoofdstuk 6:
Artikel 10:
Algemeen
Onderdeel van Verordening verhoging en verlaging van de norm voor de categorieën van belanghebbenden aan wie bijstand kan worden verleend