**1..** De norm voor gehuwden, in wier woning een of meerdere kinderen van 21 jaar of ouder het hoofdverblijf hebben, wordt ongeacht het inkomen van het betreffende kind verlaagd met bedrag gelijk aan 5% van het netto minimumloon, tenzij dit kind (deze kinderen) een inkomen heeft (hebben) bestaande uit uitsluitend een toelage op grond van de Wet Studiefinanciering of de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten, of tenzij het kind hulpbehoevend is en het zonder de hulp van de ouders zou moeten worden opgenomen in een instelling ter verpleging of verzorging, in welk geval de bijstandsnorm niet wordt verlaagd.
**2..** Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel wordt, ingeval er meer dan één kind ouder dan 21 jaar woonachtig is in de woning van de gehuwden, geldt dat de verlaging op de uitkering van de ouders slechts eenmaal plaatsvindt.
**3..** De uitkering van het echtpaar dat het hoofdverblijf heeft in de woning van de (een der) (stief-)ouder(-s) van het echtpaar, wordt verlaagd met een bedrag gelijk aan 10% van het netto minimumloon.
**4..** De uitkering van het echtpaar, jonger dan 65 jaar, dat zijn hoofdverblijf heeft in de woning van een (stief-)kind, wordt verlaagd met een bedrag gelijk aan 10% van het netto minimumloon.
Hoofdstuk 5:
Artikel 9:
Gehuwden met inwonende kinderen.
Onderdeel van Verordening verhoging en verlaging van de norm voor de categorieën van belanghebbenden aan wie bijstand kan worden verleend