Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III,

Artikel 9.

Overige bepalingen ter uitvoering van de door de waterbeheerder aan de gemeente gegeven voorschriften.

Onderdeel van Lozingsverordening 1993

1.. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 8 is het verboden zonder schriftelijke ontheffing van bur- gemeester en wethouders op de riolering op enigerlei wijze stoffen te lozen die door samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid: gevaar, schade of hinder kunnen opleveren voor de rioolwaterzuiveringsinstallatie of enig ander werk dat de waterbeheerder in beheer heeft en waarop de riolering is aangesloten of voor de goede werking daarvan; b. schadelijk of verontreinigend kunnen zijn voor het ontvangende oppervlaktewater. 2.. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor: het lozen van stoffen in het kader van het normale huishoudelijke gebruik dat van een woonruimte wordt gemaakt; b. het lozen van stoffen van normaal huishoudelijke aard vanuit mobiele lozingsbronnen zoals toiletwagens

Rechtspraak bij dit artikel