**1..** Onverminderd het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 9 is het verboden op de riolering op enigerlei wijze afvalwater te lozen dat door samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid:
gevaar, schade of hinder kan opleveren voor de riolering, dan wel de goede werking daarvan, of voor de daarop aangeslotenen;
een nadelige invloed kan hebben op de verwerking van het uit het riool te verwijderen slib.
**2..** Het is in het bijzonder verboden op de riolering afvalwater te lozen:
met een temperatuur van meer dan 30 °C;
met een pH lager dan 6,5 of hoger dan 10,0, alsmede zuren en basen die niet in water zijn opgelost;
met een sulfaatgehalte (als SO42-) van meer an 300 mg per liter;
met stoffen die verstopping of beschadiging van de riolering of daarmee verbonden installaties kunnen veroorzaken, zoals oliën en vetten in een concentratie van 200 mg/l of meer, snel bezinkende stoffen en persistente kunststoffen; e. met behulp van versnijdende apparatuur;
met stoffen die brand- of explosiegevaar of giftige gassen kunnen opleveren, zoals benzine en cyaniden;
met stoffen die stankoverlast kunnen veroorzaken, zoals mercaptanen en fenolen; h. dat voorafgaande aan de lozing door een beerput, rottingsput of septictank is geleid.
**3..** Onverminderd het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 9 is het verboden op de riolering op zodanige wijze stoffen te lozen dat daardoor de goede werking van de riolering kan worden belemmerd.
**4..** Het in het tweede lid, onder a, b en c bepaalde geldt niet voor: a. het lozen van stoffen in het kader van het normale huishoudelijke gebruik dat van een woonruimte wordt gemaakt; b. het lozen van stoffen van normaal huishoudelijke aard vanuit mobiele lozingsbronnen zoals toiletwagens.
**5..** Burgemeester en wethouders kunnen nadere voorschriften opleggen ter bescherming van de riolering en de goede werking daarvan, alsmede ter bescherming van de kwaliteit van het uit het riool te verwijderen slib.
**6..** Het is verboden afvalwater op de riolering te lozen in strijd met nadere voorschriften als bedoeld in het vijfde lid.
**7..** Burgemeester en wethouders kunnen schriftelijk ontheffing verlenen van het gestelde in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel.
HOOFDSTUK IV,
Artikel 10.
Bepalingen ter bescherming van de riolering en de goede werking daarvan.
Onderdeel van Lozingsverordening 1993