Bij de tracébepaling gelden ten aanzien van de horizontale indeling de volgende algemene uitgangspunten:
in de berm langs de rijbaan wordt dezelfde de afstand tussen de aan te leggen kabel of leiding en de berm gehanteerd als de diepteligging, met een minimum van 0,50 m.
huisaansluitingen en tijdelijke aansluitingen worden zo veel mogelijk haaks op het net aangelegd.
bij het indelen van kabels of leidingen in de nabijheid van bomen moet rekening worden gehouden met gemeentelijk beleid dat is opgenomen in bijlage 2.
bij het kruisen van (water)wegen worden kabels of leidingen zo veel mogelijk haaks aangelegd.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3