Naar hoofdinhoud
Bij de tracébepaling gelden ten aanzien van de verticale indeling de volgende algemene uitgangspunten: Vrij verval leidingen hebben voorrang boven overige leidingen. Distributieleidingen worden niet dieper aangelegd dan transportleidingen. Leidingen worden in principe horizontaal gelegd, behoudens vrij verval leidingen. De ruimte tussen 0,70 m en 0,90 m beneden het (toekomstige) maaiveld is gereserveerd voor aansluitingen op het rioolnet. Bij kruisingen van leidingen met andere leidingen in open ontgraving bedraagt de tussenruimte (verticale dagmaat) ten minste 0,20 m. Beschermingswerken, zoals mantelbuizen, dienen minimaal 0,50 m aan weerszijden van het te kruisen vlak door te lopen. Bij sleufloze technieken is de diepteligging afhankelijk van de situatie ter plaatse. De verticale dagmaat ten opzichte van de te kruisen leidingen bedraagt ten minste 0,50 m, waarbij de te boren/persen leiding onder de bestaande leiding(en) dient te worden gevoerd. Genoemde minimale verticale dagmaat dient aantoonbaar te worden gegarandeerd om schade aan de te kruisen leidingen te voorkomen. Watergangen worden gekruist volgens de regels van de keur van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Kabels, die een watergang kruisen, dienen te worden ommanteld dan wel op een gelijksoortige wijze van een beschermingsbuis te worden voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel