Indien één van de betrokkenen als kostganger kan worden aangemerkt, wordt deze op grond van de wet niet aangemerkt als kostendeler. Onder kostganger verstaan wij in dit verband:
een persoon die op grond van een schriftelijke overeenkomst zoals bedoeld in artikel 2 lid 2 en lid 5, zowel een maandelijkse huurprijs betaalt zoals bedoeld in artikel 2 lid 3 en;
betrokkene betaalt een maandelijkse tegemoetkoming voor drie maaltijden per dag van minimaal € 225 en;
door middel van betaalbewijzen kunnen betrokkenen aantonen dat de maandelijkse huurprijs en de tegemoetkoming zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel daadwerkelijk maandelijks wordt betaald via het digitale bancaire betalingsverkeer.
Hoofdstuk 2
Artikel 3