Naar hoofdinhoud
1.. De bevoegdheden tot het nemen van besluiten over de uitvoering van de regelgeving, zoals neergelegd in deel I van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregelingen en deel II de lokale arbeidsvoorwaardenregelingen, worden gemandateerd aan de algemeen directeur. Dit geldt ook voor personele en/of organisatorische aangelegenheden waaruit financiële verplichtingen voortvloeien. 2.. Aan de algemeen directeur wordt mandaat verleend om binnen de vastgestelde financiële kaders te besluiten overeenkomsten aan te gaan die personele aangelegenheden betreffen. Door de burgemeester wordt aan de algemeen directeur volmacht verleend om namens de gemeente deze overeenkomsten te tekenen. 3.. Burgemeester en wethouders en de burgemeester staan toe dat ondermandaat en ondervolmacht wordt verleend. De algemeen directeur kan van de in mandaat en bij volmacht verkregen bevoegdheden, conform de instructies in artikel 3 en met inachtneming van artikel 4, ondermandaat en ondervolmacht verlenen aan de domeindirecteuren. De domeindirecteuren kunnen van de aan hen verleende bevoegdheden, conform de instructies in artikel 3 en met inachtneming van artikel 4, ondermandaat en ondervolmacht verlenen aan de teammanagers. Ondermandaat en ondervolmacht geschiedt bij schriftelijk besluit. 4.. Het uitoefenen van de bevoegdheden in ondermandaat is gebonden aan de door de algemeen directeur vastgestelde concernbrede kaders en/of richtlijnen. Bijvoorbeeld het aangaan van financiële verplichtingen kan alleen binnen het daarvoor aan de domeindirecteur en teammanager/groepsmanager toegekende budget. 5.. De algemeen directeur blijft verantwoordelijk voor de uitoefening van een ondergemandateerde bevoegdheid. De algemeen directeur blijft te allen tijde bevoegd om een ondergemandateerde bevoegdheid zelf uit te oefenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel