1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de
aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in
werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door via het gebruik van
een (stads)pas, een telefoon, webapplicatie of vergelijkbare producten,
inloggen op de centrale computer;
2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het
tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
Artikel 6
Ontstaan van de belastingschuld
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2017