Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 15.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Westerveld 2016

1.. Een maatregel wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt afgestemd op het benadelingsbedrag, tenzij het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld. 2.. De maatregel wordt vastgesteld op 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand indien het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld. 3.. De maatregel wordt vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand indien sprake is van een benadelingsbedrag. 4.. Indien het bedrag van de maatregel op grond van het derde lid hoger zou zijn dan het benadelingsbedrag, is het bedrag van de maatregel, in afwijking van het derde lid, gelijk aan het benadelingsbedrag doch niet lager dan 20% van de bijstandsnorm. 5.. De duur van de maatregel als bedoeld in het tweede lid en derde lid wordt met één maand verlengd, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd opnieuw een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan betoont. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd, wordt gelijk gesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid. 6.. Onder tekortschietend besef voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in het eerste lid wordt onder andere verstaan: het niet alles in het werk stellen om een boedelscheiding tot stand te brengen; het verkopen van de woning beneden de WOZ-waarde; het te snel interen van vermogen; onder bedeling bij echtscheiding; te late of geen aanvaarding van een voorliggende voorziening; het door eigen schuld verliezen van het recht op een uitkering; het feitelijk niet kunnen beschikken over een voorliggende voorziening omdat een bestuurlijke boete daarmee is verrekend zonder rekening te houden met de beslagvrije voet vanwege recidive; bij nadere overeenkomst afstand doen van door de rechter toegekende alimentatie; het niet hebben van een op grond van de Zorgverzekeringswet verplichte basisverzekering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel