**1..** Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover
personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de
Participatiewet als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van die wet,
wordt een maatregel opgelegd van 50% van de bijstandsnorm gedurende
één maand.
**2..** Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover
personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de IOAW
of IOAZ als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel g, van de
IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel g, van de IOAZ, wordt een
maatregel opgelegd van 50% van de bijstandsnorm gedurende één
maand.
**3..** De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste en tweede lid
wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf
maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is
opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een eenzelfde verwijtbare
gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd, wordt
gelijk gesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid.
**4..** Onder zeer ernstige misdragingen als bedoeld in het eerste en tweede
lid wordt onder andere verstaan:
extreem verbaal geweld;
discriminatie;
ernstige intimidatie (uitoefenen van psychische druk);
zaakgericht fysiek geweld (vernielingen);
mensgericht fysiek geweld;
overige/combinatie van agressievormen.
Hoofdstuk 5.
Artikel 16.
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Westerveld 2016