Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 7.

Ingangsdatum en tijdvak van een maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Westerveld 2016

1.. De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin de maatregelwaardige gedraging wordt geconstateerd, doch niet eerder dan de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel het recht op bijstand bestaat. 2.. Indien toepassing van het eerste lid niet (meer) mogelijk is, wordt de maatregel opgelegd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin het besluit tot het opleggen van een maatregel aan een belanghebbende is bekendgemaakt, of zoveel later als er die kalendermaand recht op bijstand bestaat. Daarbij wordt uitgegaan van de op dat tijdstip voor die belanghebbende geldende bijstandsnorm, tenzij de verordening anders bepaalt. 3.. Een maatregel kan met terugwerkende kracht worden opgelegd over de periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad of over de periode waarin de gedraging heeft plaatsgevonden wanneer een maatregel zowel overeenkomstig het eerste als tweede lid niet (meer) mogelijk is, omdat de bijstand en/of uitkering is beëindigd of ingetrokken.

Rechtspraak bij dit artikel