**1..** De leidinggevende stelt de melder binnen acht weken na ontvangst van
de melding schriftelijk op de hoogte van het inhoudelijk standpunt
met betrekking tot het gemelde vermoeden van een misstand of
onregelmatigheid. Daarbij wordt tevens aangegeven tot welke stappen
de melding heeft geleid.
**2..** Indien duidelijk wordt dat het standpunt niet binnen de gestelde
termijn kan worden gegeven, informeert de leidinggevende de melder
daar schriftelijk over. Daarbij wordt aangegeven binnen welke
termijn de melder het standpunt tegemoet kan zien. Indien de totale
termijn daardoor meer dan twaalf weken bedraagt, wordt daarbij
tevens aangegeven waarom een langere termijn noodzakelijk is.
**3..** Na afronding van het onderzoek beoordeelt de leidinggevende of
aangifte moet worden gedaan van een strafbaar feit dan wel melding
moet worden gedaan bij een instantie die is belast met het toezicht
op de naleving van een wettelijk voorschrift. Indien ingevolge
artikel 15 lid 3 aangifte of melding reeds heeft plaatsgevonden,
wordt het onderzoeksrapport en het standpunt van de werkgever ter
beschikking gesteld van de betrokken instantie. De melder wordt
daarvan op de hoogte gesteld, tenzij hiertegen ernstige bezwaren
bestaan.
**4..** De persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, wordt of
worden in overeenkomstige zin geïnformeerd als de melder op grond
van lid 1 t/m 3, tenzij het onderzoeks-, opsporings-, of
handhavingsbelang daardoor kan worden geschaad.
Hoofdstuk 2.
Artikel 18
Standpunt van de werkgever
Onderdeel van Regeling melding vermoeden misstand en/of onregelmatigheid Almere 2016