Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 18

Standpunt van de werkgever

Onderdeel van Regeling melding vermoeden misstand en/of onregelmatigheid Almere 2016

1.. De leidinggevende stelt de melder binnen acht weken na ontvangst van de melding schriftelijk op de hoogte van het inhoudelijk standpunt met betrekking tot het gemelde vermoeden van een misstand of onregelmatigheid. Daarbij wordt tevens aangegeven tot welke stappen de melding heeft geleid. 2.. Indien duidelijk wordt dat het standpunt niet binnen de gestelde termijn kan worden gegeven, informeert de leidinggevende de melder daar schriftelijk over. Daarbij wordt aangegeven binnen welke termijn de melder het standpunt tegemoet kan zien. Indien de totale termijn daardoor meer dan twaalf weken bedraagt, wordt daarbij tevens aangegeven waarom een langere termijn noodzakelijk is. 3.. Na afronding van het onderzoek beoordeelt de leidinggevende of aangifte moet worden gedaan van een strafbaar feit dan wel melding moet worden gedaan bij een instantie die is belast met het toezicht op de naleving van een wettelijk voorschrift. Indien ingevolge artikel 15 lid 3 aangifte of melding reeds heeft plaatsgevonden, wordt het onderzoeksrapport en het standpunt van de werkgever ter beschikking gesteld van de betrokken instantie. De melder wordt daarvan op de hoogte gesteld, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. 4.. De persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, wordt of worden in overeenkomstige zin geïnformeerd als de melder op grond van lid 1 t/m 3, tenzij het onderzoeks-, opsporings-, of handhavingsbelang daardoor kan worden geschaad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel