De leidinggevende stelt de melder in de gelegenheid op het
onderzoeksrapport en het standpunt van de werkgever te
reageren.
Indien de melder in reactie op het onderzoeksrapport of het
standpunt van de werkgever onderbouwd aangeeft dat het vermoeden
van een misstand of onregelmatigheid naar zijn mening niet
daadwerkelijk of niet deugdelijk is onderzocht of dat in het
onderzoeksrapport of het standpunt van de werkgever naar zijn
mening sprake is van wezenlijke onjuistheden, beoordeelt de
leidinggevende op basis van de reactie van de melder of nieuw of
aanvullend onderzoek noodzakelijk is en stelt hij de melder
gemotiveerd van zijn beslissing in kennis. Op een eventueel
nieuw of aanvullend onderzoek zijn de artikelen 16 tot en met 19
van overeenkomstige toepassing.
Indien aangifte of melding is gedaan ingevolge artikel 16 lid 3
of artikel 18 lid 3 wordt de reactie van de melder en
beoordeling daarvan door de werkgever ter beschikking gesteld
van de betrokken instantie. De melder wordt daarvan op de hoogte
gesteld, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan.
Hoofdstuk 2.
Artikel 19
Hoor en wederhoor ten aanzien van onderzoeksrapport en standpunt werkgever
Onderdeel van Regeling melding vermoeden misstand en/of onregelmatigheid Almere 2016