Eerste lid
Deze bepaling bevat de standaardmaatregelen voor de zes categorieën van gedragingen die verband houden met het geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. Bij de percentages waarmee de bijstand wordt verlaagd, is aanknoping gezocht met het vroegere Maatregelenbesluit met uitzondering van de maatregel als vermeld onder f. Hier is gekozen voor het opleggen van een maatregel van 100% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij gedragingen van de zesde categorie. Met inachtneming van de artikelen 4 en 6 in deze verordening kan worden afgeweken of afgezien van het opleggen van deze maatregel. Wanneer wordt afgeweken, wordt de maatregel vastgesteld op een lager percentage. De percentages voor de derde, vierde en vijfde categorie zijn vastgesteld om de voormalige leemte tussen 20% en 100% te vullen.
Tweede lid
Indien binnen één jaar na een eerste verwijtbare gedraging sprake is van een herhaling van de verwijtbare gedraging, wordt de grotere mate van verwijtbaarheid tot uitdrukking gebracht in een verdubbeling van de duur van de maatregel. Met eerste verwijtbare gedraging wordt de eerste gedraging verstaan die aanleiding is geweest tot een maatregel, ook indien de maatregel wegens dringende redenen niet is geëffectueerd. Voor het bepalen van de aanvang van de termijn van 12 maanden, geldt het tijdstip waarop het besluit waarmee de maatregel is opgelegd, bekend is gemaakt.
Op basis van deze bepaling kan een recidivemaatregel slechts één keer worden toegepast. Indien belanghebbende na een tweede verwijtbare gedraging wederom hetzelfde verwijtbaar gedrag vertoont, zal de hoogte en de duur van de maatregel individueel moeten worden vastgesteld, waarbij gekeken zal moeten worden naar de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de betrokkene.
Hoofdstuk 4
Artikel 10.
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstandGemeente Pekela