In artikel 63 lid 1 van de BBV is bepaald dat we de verkrijgings- of vervaardigingsprijs alswaarderingsgrondslag voor activa moeten toepassen. Deze verkrijgings- of vervaardigingsprijs vormt
daarmee ook de belangrijkste basis voor het afschrijven op vaste activa
De verkrijgingsprijs van de materiële vaste activa omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.
De vervaardigingsprijs bestaat uit de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en
de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.
Restwaarde
Het is denkbaar dat er na afschrijving van het actief een restwaarde resteert. In veel gevallen is dezerestwaarde vooraf niet of moeilijk in te schatten. We mogen niet anticiperen op prijsstijgingen of
mogelijke wijziging van de gebruiksbestemming van het actief. Op grond van het voorzichtigheidsprincipeverdient het dan ook aanbeveling er vanuit te gaan dat er geen restwaarden resteren.
We stellen derhalve de restwaarde van de vaste activa in principe op nihil. Echter, de budgethouderkan aangeven dat we toch een restwaarde moeten hanteren voor een actief. Dit komt o.a. regelmatig
voor bij de voertuigen. Op basis van ervaring en het repeterende karakter van het aanschaffen eninruilen van voertuigen kan hier een goede inschatting worden gemaakt.
In de notitie Verkrijging/vervaardiging en onderhoud van kapitaalgoederen beveelt de Commissie BBV
aan om beleid te formuleren over de handelswijze betreffende de restwaarden. Boekwinsten of -verliezen (verschillen tussen verkoopopbrengst en boekwaarde bij verkoop) mogen we niet verwerken in de te activeren investeringskosten. Deze behoren ten gunste c.q. ten laste van het resultaat tekomen als incidentele bate of last en te worden verwerkt ten gunste of ten laste van de betreffendeprogramma's. Daarnaast moeten we deze opnemen in het overzicht van incidentele baten en lasten
(artikel 28 lid c BBV).
Uitgangspunt 8:
De geactiveerde vaste activa schrijven we in principe af tot nihil. We hanteren alleen een restwaarde
bij een actief, daar waar een budgethouder een reële inschatting kan geven.
BTW
Hoewel niet concreet in het BBV benoemd onder de bepalingen omtrent de te hanterenwaarderingsgrondslag, mogen we de BTW op activa niet activeren indien deze compensabel of
verrekenbaar is. Dit is overeenkomstig bestuurlijke afspraken tussen het Rijk en de VNG en in lijn metartikel 2 van het BBV op basis waarvan de compensabele BTW niet als last mag worden beschouwd.
Uitgangspunt 9:
Compensabele of verrekenbare BTW activeren we niet. Kostprijsverhogende BTW activeren we wel.
Erfpacht
Artikel 63 lid 4 bevat bepalingen voor in erfpacht uitgegeven gronden. Voor dergelijke gronden geldtom praktische redenen (het bepalen van de vervaardigingsprijs per kavel is erg bewerkelijk) de
uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Is echter sprake van gronden in eeuwigdurendeerfpacht dan dient waardering plaats te vinden tegen registratiewaarde. Dit omdat het economische
eigendom niet meer bij de erfverpachter berust.
Uitgangspunt 10:
Voor in erfpacht uitgegeven gronden hanteren we de uitgifteprijs van de eerste uitgifte alsverkrijgingsprijs. Uitzondering: bij gronden in eeuwigdurende erfpacht hanteren we deregistratiewaarde.
Integraal activeren en componentenbenadering
Wanneer een actief wordt aangeschaft c.q. wordt gebouwd en in gebruik wordt genomen, activerenwe voor het bedrag ter grootte van de aanschaf- of bouwkosten. Het gehele actief schrijven we in
principe af op basis van één integrale afschrijvingsduur.
Een andere methode die wij sporadisch gebruiken, is het activeren volgens de componentenbenadering.
Deze methode houdt in dat de verschillende delen waaruit een actief is samengesteldafzonderlijk worden gewaardeerd. De afschrijving vindt plaats op basis van de verwachte gebruiksduur
van die afzonderlijke delen. Per deel kan de technische of economische gebruiksduur immersverschillen. Bij toepassing van deze benadering worden noodzakelijke vervangingen opnieuw
geactiveerd.
Uitgangspunt 11:
We passen de componentenmethode alleen toe bij investeringen als er wezenlijke verschillen zijn inafschrijvingstermijnen én het een substantieel deel van de investeringen betreft.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1.1
Afschrijvingsbasis
Onderdeel van Nota waarderen en afschrijven 2017 Eijsden-Margraten