Het BBV schrijft niet voor welke afschrijvingsmethodiek we moeten hanteren. De methode regelt hoede afschrijvingslasten over de levensduur verdeeld worden. Bij de gemeentelijke overheid worden
hoofdzakelijk twee afschrijvingsmethodes gehanteerd, te weten lineair en annuïtair.
Lineaire methode
Lineair afschrijven is afschrijven op basis van een vast percentage van de aanschafwaarde. Deafschrijving blijft gedurende de afschrijvingstermijn constant. Het rentedeel daalt gedurende de
looptijd, aangezien we de rente berekenen over de actuele boekwaarde. De jaarlijkse kapitaallastendalen derhalve in de loop van de gebruiksperiode.
Annuïtaire methode
Bij afschrijven op basis van annuïteit blijven de jaarlijkse kapitaallasten constant. Omdat de rentewordt berekend over de actuele boekwaarde, nemen de rentekosten per jaar af en de
afschrijvingskosten per jaar toe.
In principe kiezen we voor de lineaire methode. Doordat de totale kapitaallasten dalen in de loop vande gebruiksperiode ontstaat er ruimte voor in de tijd oplopende kosten, zoals onderhoudslasten.
Lineair afschrijven is over de totale looptijd van de afschrijvingsperiode goedkoper dan de annuïtairemethode. Slechts in incidentele gevallen kan van deze methode worden afgeweken omdat
bijvoorbeeld wet- of regelgeving dit voorschrijft.
Uitgangspunt 12:
In principe hanteren we de lineaire afschrijvingsmethode. Indien we hiervan afwijken, lichten we dittoe bij de jaarrekening.
Stelselwijziging methode van afschrijvingen
In artikel 212 van de Gemeentewet staat beschreven dat de gemeenteraad de waarderingsgrondslagenvaststelt. Via de financiële verordening ex. artikel 212 van de Gemeentewet ligt dus ook de bevoegdheid tot stelselwijziging en/of schattingswijzigingen bij de raad.
Het BBV onderscheid tussen een stelselwijziging en een schattingswijziging is als volgt:
Een stelselwijziging betreft een wijziging van de vrij te kiezen waarderings- (activerings)grondslag. Bijvoorbeeld van niet activeren naar wel activeren met een afschrijving gebaseerd op basis van de verwachte toekomstige gebruiksduur;
Een schattingswijziging (door nieuwe inzichten) betreft een wijziging van een verwachte toekomstige gebruiksduur c.q. (rest)gebruikswaarde. Bijvoorbeeld een andere afschrijvingsmethode.
De commissie BBV heeft in juli 2011 hierover een standpunt ingenomen met bijbehorende stelligeuitspraken. De commissie BBV is van mening dat er voor een stelsel- en/of schattingswijziging geen
terugwerkende kracht kan gelden. Immers, de balanspositie onder het BBV kunnen we typeren alseen balans van (rest)boekwaarden welke we nog met de burgers verrekend moeten worden.
Daarnaast streeft de commissie ook naar administratieve eenvoud. Met andere woorden: er hoeftgeen herberekening met daarbij behorende inhaal/terugboek afschrijvingen plaats te vinden. De
(rest)boekwaarden worden via de nieuwe inzichten afgeschreven.
In het BBV is artikel 64 lid 2 gewijd aan de wijziging van de afschrijvingsmethode. Hierin staat datslechts om gegronde redenen de afschrijvingswijze mag gewijzigd worden. De reden en de financiële
consequenties van de verandering moeten we opnemen in de toelichting op de balans. Ook moetenwe inzicht geven in de consequenties hiervan voor de financiële positie en voor de baten en lastenaan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of het voorafgaande begrotingsjaar.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1.2
Methoden van afschrijving
Onderdeel van Nota waarderen en afschrijven 2017 Eijsden-Margraten