1.De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de
leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip
en de plaats van de vergadering.
2 De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering
van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde
stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden
verzonden.
3.Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel
12, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of
onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van
de vergadering, aan de leden gezonden.